Laatste projecten

oekraine-kieskompas

Stemhulp voor het Oekraïne-
referendum 2016

Referendum over de
associatieovereenkomst
EU-Oekraïne

usa-kieskompas

Stemhulp voor Amerikaanse verkiezingen 2016

Voor zowel de voorverkiezingen als de presidentiele verkiezingen van de Verenigde Staten heeft Kieskompas een stemhulp ontwikkeld waarbij...

UK-eletions

Stemhulp voor Britse verkiezingen 2015

Kieskompas heeft voor de verkiezingen van de Verenigd Koninkrijk..

israel-last-project

Stemhulp voor Israëlische verkiezingen

Voor de derde keer heeft Kieskompas een tool gemaakt voor de Israëlische verkiezingen.

debat

Levend Kieskompas
in de Klas

Kieskompas presenteert een uniek en vernieuwend concept voor middelbare scholen: Levend Kieskompas in de Klas.

Alles

Nieuws

Column André

Column: Toekomst VNG

De VNG bestaat 100 jaar. Een respectabele leeftijd om terug te kijken. Maar ik kijk liever vooruit. Bladerend door al die herinneringen die oud-bestuurders ophalen in het nieuwste VNG Magazine, dacht ik: ‘hoe ziet de komende tien, twintig jaar er voor de VNG eigenlijk uit?’ En dan word je toch wat minder vrolijk.

De VNG is tot in de vezels onderdeel van onze consensusdemocratie met een sterke overlegcultuur, waarbij moeilijke beslissingen worden genomen na zorgvuldig beraad met alle betrokkenen. Maar die traditie is rap aan het verdwijnen uit Nederland. Voor het eerst in de naoorlogse geschiedenis hebben we een minderheidskabinet. Niks brede steun zoeken voor pijnlijke bezuinigingen. Er is een krappe meerderheid van net vijftig procent, dus die kan de rest van Nederland haar wil opleggen. Het CDA zou zich – als een van de belangrijkste grondleggers van de consensusdemocratie – dood moeten schamen dat ze voluit hieraan meedoet.

Het minderheidskabinet wordt ook nog eens gesteund door een partij die lak heeft aan alles wat met de consensusdemocratie te maken heeft. De PVV is wars van overleg en nuances. Harde uitspraken, extreme standpunten, beledigen van opponenten (die als vijand worden neergezet) en weglopen zodra de ander met je in debat wil gaan. En de VVD doet ook mee aan de afbraak. “Mooie dingen voor rechtse mensen” roept de jonge premier, die blijkbaar nooit op school heeft geleerd dat wij in ons land niet polariseren en regeringen er niet alleen zijn voor de rechtse helft. Ook de VVD zou zich moeten schamen dat zij een rijke Nederlandse traditie op deze wijze verkwanselt.

Op het lokale niveau wordt het er voor de VNG ook niet makkelijker op. Gemeenten worden steeds groter door herindeling. Die grotere gemeenten zijn steeds beter zelf in staat om rechtstreeks contact te zoeken met de nationale of Europese overheid. Grote gemeenten zetten zelf lobby-apparaten neer in Brussel en behartigen liever hun eigen belangen dan dat ze dat via de VNG moeten doen. Veel te omslachtig!

Er zullen ook steeds grotere verschillen ontstaan tussen gemeenten, met steeds meer differentiatie in bevoegdheden. Dat is in de kern een zeer goede zaak omdat het keurslijf van de huidige staatsstructuur niet meer voldoet, maar het maakt het er voor de VNG niet gemakkelijker op. De belangen van gemeenten zullen immers steeds verder uit elkaar gaan lopen. De VNG moet oppassen dat ze niet de vertegenwoordiger wordt van een aantal ‘overgebleven’ kleine gemeenten.

Binnen de gemeenten zien we ook problemen opdoemen voor de VNG door de steeds verdergaande fragmentatie van raden en de daarbij behorende politieke instabiliteit. De grote volkspartijen kwijnen langzaam weg en de VNG raakt daardoor haar politieke tentakels kwijt. Lokale partijen zijn jarenlang vernederd door de grote nationale partijen. Ze krijgen veel minder financiële steun en zijn ondervertegenwoordigd in veel overlegstructuren. Zij zien de VNG vaak als onderdeel van de ‘gevestigde macht’.

De VNG zal op al deze ontwikkelingen een passend antwoord moeten vinden, wil zij zich niet overbodig maken.

Column: Stuurloos Centrum

Het vertrek van Job Cohen als leider van de Partij van de Arbeid beklemtoont opnieuw de crisis van de eens zo grote ‘volkspartijen’. Het CDA is al bijna twee jaar zonder politiek leider en lijkt niet in staat een kandidaat naar voren te schuiven die de verschillende ‘bloedgroepen’ en stromingen in het CDA aanspreekt.

Ook in de huidige PvdA–fractie zal niemand de sociaaldemocraten opnieuw tot een brede volkspartij kunnen maken. De onderklasse in Nederland heeft zich verbonden met de meer extreme partijen op links (de SP) en rechts (de PVV).

De economische crisis heeft een groot deel van de burgers nog ongeruster gemaakt over hun toekomst. VVD’ers lopen met veel zelfvertrouwen rond, omdat zij vergeten zijn hoe de partij intern verscheurd was en hoe omstreden de huidige premier Mark Rutte binnen de liberale partij was tussen 2006 en 2010. Oud-leiders als Hans Wiegel steunden openlijk een meer rechts-populistische richting onder Rita Verdonk en na de desastreuze verkiezingen voor het Europees Parlement werd Rutte’s leiderschap sterk betwijfeld.

De drie grote partijen behaalden in de jaren zeventig en tachtig nog ruim 130 van de 150 zetels in de Tweede Kamer. Bij de laatste verkiezingen waren dat er nog maar 82 voor VVD, PvdA en CDA gezamenlijk. In de peilingen staan de drie partijen op minder dan zeventig zetels.

Het verval van de grote volkspartijen heeft ook grote gevolgen voor gemeenten. Er komen steeds meer extreme partijen in de raad, steeds meer nieuwe partijen en dus ook politici zonder ervaring en met geringe neiging tot matiging en bereidheid tot consensus. Fracties vallen steeds vaker uit elkaar. De raad zal verder fragmenteren. Dat alles leidt tot steeds grotere instabiliteit en toenemende problemen bij coalitievorming.

Omdat het in gemeenten (nog) niet mogelijk is nieuwe verkiezingen uit te schrijven, blijven de verstoorde verhoudingen bestaan of verdiepen die zich zelfs verder. Partijen zullen elkaar de schuld gaan geven over de onbestuurbaarheid van hun gemeente. Doorgaans vergroten ruziënde politici niet het vertrouwen van burgers.

Om mij heen zie ik bij linkse mensen veel vermaak rond het verval van het CDA en mijn rechtse vrienden gniffelen over het wegkwijnen van de PvdA. Het lachen zal hen binnenkort snel vergaan, wanneer Nederland en haar gemeenten nog vaker worden bestuurd door opportunistische, onervaren en ongenuanceerde politici.

Column: Frisse Wind in Harlingen

In Harlingen vormen twee PvdA-wethouders het bestuur, samen met de burgemeester van VVD-huize. Beide wethouders komen niet uit Harlingen zelf, maar zijn van buiten de gemeente gehaald. Het vreemde is dat de PvdA in de oppositie zit in Harlingen, want na de vorige verkiezingen is in Harlingen een ‘anti-traditionele partij’ coalitie gevormd door vijf partijen.

De coalitie zonder de traditionele bestuurderspartijen – CDA, PvdA en VVD – is afgedwongen door een lokale partij die ‘Frisse Wind’ heet. Je vraagt je af wat er allemaal mis was in Harlingen dat een dergelijke frisse wind nodig was.

Nu woon ik niet in Harlingen, maar als ik op Frisse Wind had gestemd, zou ik nu toch teleurgesteld zijn dat die partij en haar coalitiepartners blijkbaar zelf geen goede mensen hebben die wethouder kunnen worden. Het is toch een motie van wantrouwen voor alle coalitiepartners die zelf blijkbaar geen geschikte kandidaten kunnen leveren.

Het wordt nog vreemder als je naar de website kijkt van Frisse Wind: een van de belangrijkste doelen van de partij is ‘het beter gebruik maken van de expertise van de mensen die in Harlingen wonen.’ Dat doe je toch niet door een wethouder van buiten de gemeente aan te stellen? En dan ook nog een wethouder van een van de vermaledijde bestuurderspartijen! Blijkbaar zijn de bestuurderspartijen zo slecht nog niet.

Het was al idioot dat de wethouder van buiten door deskundigen werd aangedragen als een oplossing voor het feit dat burgers te weinig binding hebben met hun vertegenwoordigers en bestuurders. Logischerwijs hebben wethouders van buiten de gemeente eerder minder binding met de burgers en minder kennis van de lokale omstandigheden dan inwoners van die stad zelf. Ik weet niet of die twee PvdA-wethouders ‘van buiten’ die Harlingen nu besturen ook daar wonen, maar als dat niet zo is, hebben kiezers van Frisse Wind zich echt een oor laten aannaaien.

Ook de Harlingse PvdA-fractie is niet blij. Deze constructie maakt het voor Harlingse PvdA-ers in de raad moeilijk om oppositie te voeren tegen de ‘eigen’ wethouders. De nieuwe PvdA-wethouder Glasbeek zegt natuurlijk wel dat hij meer bestuurder is dan politicus, maar als de coalitiepartijen de wethouders iets opdragen wat tegen de haren van sociaal-democraten indruist, dan komen Glasbeek en zijn collega toch in een rare situatie terecht.

Ik zou ook niet graag campagne voeren voor de PvdA in Harlingen in 2014. Wat moet je in vredesnaam aan een kiezer vertellen die ontevreden was met het huidige bestuur? Het is niet uit te leggen aan de deur dat je partij tegelijkertijd in de oppositie zat en twee wethouders leverde.

Het is tijd voor een echte frisse wind in Nederland, die er voor zorgt dat de uitvoerende en wetgevende macht in gemeenten daadwerkelijk worden gescheiden en dit soort onbegrijpelijke constructies niet meer kan voorkomen.

Column: Eenheidsworst

Door het voornemen van het kabinet om de stadsdelen op te heffen is in Amsterdam het debat over de inrichting van het stadsbestuur weer in alle hevigheid losgebarsten. Vrolijk word je er niet van, want de politieke partijen in de raad vallen onmiddellijk terug op de automatische piloot.

De VVD wil direct alle deelraden afschaffen en de hele boel weer centraliseren. Hun rapport – Mokum 3.0 – zou eigenlijk Mokum minus 1.0 moeten heten, want alles wordt weer zoals twintig jaar geleden. De VVD gaat totaal voorbij aan de inefficiëntie van de grote centrale bureaucratieën en diensten die zullen ontstaan. Die waren juist een van de redenen om de deelraden in te stellen. GroenLinks komt met het sympathieke, maar kansloze voorstel om een ‘stadsparlement’ in te stellen. Het is jammer dat deze luchtaanval van het kabinet door de partijen niet wordt gebruikt om meer fundamenteel na te denken over waar het heen moet met de grote steden.

Dit is een uitgelezen moment om niet in het defensief te gaan, maar een sprong vooruit te maken door bijvoorbeeld te experimenteren met meer differentiatie in bevoegdheden tussen de stadsdelen. Noord is niet Binnenstad! En Zuidoost is echt iets anders dan De Pijp.
Dezelfde argumenten gelden voor Rotterdam. In plaats van altijd vast te houden aan een bestuurlijke eenheidsworst, is het beter de grote verschillen tussen gebieden tot uitdrukking te laten komen in de vormgeving van het openbaar bestuur.

Al in 2006 pleitte de commissie Bovens voor bestuurlijke differentiatie, maar alle pogingen in die richting worden getorpedeerd met het argument dat we moeten vasthouden aan de instituties die iedereen kent, zoals gemeenteraad en burgemeester. Alsof je niet kunt vernieuwen met behoud van de naamgeving van de centrale instituties.

Wat natuurlijk ook behouden moet blijven voor de Amsterdamse stadsdelen en de Rotterdamse deelgemeenten, is een geoormerkt budget voor het integrale beheer van de openbare ruimte. Als alles wordt gecentraliseerd, zal in veel wijken te weinig aandacht zijn voor de kleine zaken die burgers enorm kunnen ergeren, van losliggende stoeptegels tot hangjongeren. Uit het recente proefschrift van Klaas Abma (zie VNG Magazine van 20 januari, pagina 12-13) blijkt maar weer eens dat burgers tevreden zijn over de basisvoorzieningen als groenbeheer, vuilophaal, onderhoud en de uitgifte van paspoorten en rijbewijzen. Het is heel belangrijk dat zo te houden.

Nu de stadsdelen en deelgemeenten niet meer mogen van Geert Wilders (die heel hypocriet wel toestaat dat een nieuw regiobestuur wordt ingevoerd), is het zaak om creatief na te denken hoe je de democratische controle over die kleine, maar voor burgers cruciale voorzieningen regelt. Ik voorzie dat er een vruchteloos debat komt over een soort ‘pseudo-deelraden’ in de vorm van ‘wijkraden’, ‘buurtcommissies’, ‘wijkwethouders’ en wat al niet. Dit kabinet denkt niet goed na. Dat biedt de grote gemeenten de kans om met echte vernieuwing te komen. Welke wethouder durft?

Column: Democratisch jaaroverzicht

Traditioneel kijkt men rond deze tijd terug op het oude jaar. Voor politicologen was 2011 het jaar van de Democratische Audit. Zoals bedrijven een jaarrekening opmaken, levert een Democratische Audit een zo volledig mogelijk overzicht van de staat van de democratie.

Bijna alle Nederlandse politicologen van naam en faam werkten mee aan deze zeer ambitieuze doorlichting van de Nederlandse democratie. Het idee is overigens afgekeken van de Angelsaksische wereld. In bijna zeshonderd pagina’s wordt de democratie in Nederland van alle kanten tegen het licht gehouden. Ook de lokale democratie. Aan de hand van het onderscheid tussen ‘gaan voor’ en ‘staan voor’: het eerste heeft betrekking op de representativiteit van het openbaar bestuur en het tweede op het bereiken van doelstellingen. Kortom, over de ‘input’ en de ‘output’ kant van de democratie.

Het beeld dat naar voren komt van de lokale democratie, is volgens de auteurs van dat hoofdstuk – Bas Denters, Merel de Groot en Pieter-Jan Klok – niet ‘inktzwart’, maar een rooskleurig plaatje levert het evenmin op. Wat betreft de afspiegeling is het niet best: het persoonlijk profiel van raadsleden wijkt sterk af van het electoraat. Zo zijn vrouwen sterk ondervertegenwoordigd en zijn raadsleden doorgaans blanke mannen van middelbare leeftijd, met een hoge opleiding en een baan in de publiek sector.

Nederland is steeds meer een democratie van ambtenaren en schoolmeesters, zoals eerder door VNO al is vastgesteld. Die versmelting van ambtenarij en politiek is niet alleen een probleem in Nederland, maar ook elders in Europa. Op bestuurlijk niveau is een ‘incrowd’ ontstaan die veel afstand heeft tot het gewone leven van veel burgers.

Een van de gevolgen is dat ook de opvattingen van raadsleden niet representatief zijn. Al vele malen is vastgesteld dat er een ‘kloof’ is tussen wat raadsleden belangrijk vinden en wat burgers boven aan de politieke agenda zetten. Vooral op het terrein van ordehandhaving is dat het geval. Burgers willen allerlei vormen van criminaliteit en overlast veel harder aanpakken dan raadsleden. Deze rechtse-autoritaire denkbeelden zijn zwaar ondervertegenwoordigd in gemeenten.

Overigens blijkt wederom dat burgers in grotere gemeenten beter (‘evenrediger’) vertegenwoordigd worden. Het idee dat kleine gemeenschappen democratischer zijn, moet nu echt maar eens definitief in de prullenbak! Nederland moet gewoon naar dertig tot vijftig grote gemeenten; dat verbetert de kwaliteit van de democratie en is tegelijk een mooie bezuiniging (hoewel er dan nog wel iets moet gebeuren in de bedrijfsvoering, want grote gemeenten zijn enorme knoeiers en verspillers!).

Uit de analyse doemen meer problemen op voor de lokale democratie. Veel gemeenten hebben een zeer gefragmenteerd politiek landschap, er is veel onduidelijkheid over verantwoordelijkheden en nog steeds hebben burgers zeer geringe invloed op collegevorming en de politieke koers van het gemeentebestuur. De eindconclusie van het boek is dan ook dat we van een ‘afspiegelings-democratie’ naar een ‘afrekenings-democratie’ moeten. Het laatste woord over wie regeert en wat er moet gebeuren, moet bij de kiezer komen te liggen, niet bij een onrepresentatieve politieke elite.

Column: De burger wikt, het CDA beschikt

Politici in de stadsdelen en deelgemeenten zijn in rep en roer omdat voormalig minister Donner van BZK een wetsvoorstel heeft ingediend om deze bestuurslaag in de huidige vorm af te schaffen. Eindelijk gaat een minister de bestuurlijke spaghetti van Nederland aanpakken, zou je denken. Maar nee.

Van de minister mogen stadsdelen eventueel worden vervangen door bestuurscommissies of dorpsraden. Tegelijkertijd wil dezelfde minister een nieuwe bestuurslaag invoeren: de ‘metropoolregio’. Typische CDA-oplossing voor de bestuurlijke kluwen die deze partij zelf van Nederland heeft gemaakt: er moet een bestuurslaag bij en een andere moet van naam veranderen. Maar alle valide tegenargumenten zijn irrelevant voor het uiteindelijke besluit. Het CDA heeft ‘iets’ besloten (we weten niet precies wat) en zo zal het dus gaan.

Het CDA is een zeer bijzondere partij. Een van de meest succesvolle politieke partijen in de moderne democratische geschiedenis. Nergens ter wereld regeerde een partij zo lang en zo frequent. Zelfs een electorale halvering in 2010 stond regeringsdeelname niet in de weg.
Het CDA is ook de partij die iedere hervorming van ons bestuurlijke stelsel heeft ondermijnd. Dat komt doordat de partij met haar tentakels diep geworteld is in de vele bestuurslagen die ons land kent. En ze laat zich daar echt niet uit verjagen door een verkiezingsnederlaag.
Het probleem van een partij die zo lang en zo vaak aan de macht is, is dat zij vergeet goed na te denken over de argumenten om ergens voor of tegen te zijn. Het CDA heeft al lange tijd geen echt coherente visie meer op de toekomst, noch een goed doordacht politiek project om ons daar te brengen. En al helemaal geen visie op ons bestuurlijke stelsel.

Begrijp mij goed: ik wou dat het CDA wel een visie had. Het is een ramp voor ons land dat we bestuurd worden door een clubje opportunisten die, vanwege coalitiebelangen, totaal ingaan tegen hun oorspronkelijke gedachtegoed en het gezonde verstand. Het CDA was lange tijd een geoliede opleidingsmachine van capabele bestuurders. Ik bewonder vele Christendemocraten en ben ervan overtuigd dat we over tien of twintig jaar terugverlangen naar dergelijke bestuurlijke kwaliteit.
Maar het CDA is de weg kwijt. Donner wordt kribbig en boos als je hem kritisch ondervraagt over de beweegredenen van zijn voorgestelde schijnoplossing voor de lokale democratie. Hij weet natuurlijk ook wel dat een naamsverandering van een bestuurslaag geen oplossing biedt voor burgers die totaal de weg kwijt zijn in bestuurlijk Nederland.
Het echte probleem is dat burgers bij God niet meer weten welke bestuurslaag nu verantwoordelijk is voor de verplaatsing van hun bushalte. Wie moeten ze daar de volgende verkiezing voor afstraffen? De wethouder? De minister? De provincie? De busmaatschappij? Waar iedereen een beetje verantwoordelijkheid heeft, is niemand echt verantwoordelijk. En daar houdt het CDA van: totaal diffuse verantwoordelijkheden. Daarin floreert zij als geen ander.

En minister Donner? Die vertrekt, zoals het hoort bij het CDA, gewoon naar een andere benoemde positie. Het is duidelijk dat CDA’ers niet houden van verkiezingen, van democratie en van debat. Dat kost alleen maar tijd. En zij hebben toch al besloten hoe het zal gaan. Amen.

Column: Partijloze burgemeesters

In VNG Magazine van 2 december staat een discussie tussen PvdA-burgemeester Bernt Schneiders van Haarlem en CDA-burgemeester Hans Janssen van Oisterwijk. Schneiders is voorzitter van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters en voorstander van partijloze burgemeesters. Zijn belangrijkste argument is dat wanneer een burgemeester gelieerd is aan een politieke partij, burgers en raadsleden hem kunnen verwijten te handelen uit partijmotieven. Een onzinnig argument.

Veel burgers weten niet eens van welke partij de burgemeester is. En ik vermoed politieke motieven bij raadsleden die een burgemeester verwijten ‘partijdig’ te zijn. Hoogstwaarschijnlijk zijn ze het gewoon inhoudelijk niet eens met een besluit en halen zij de politieke nestgeur van de burgemeester er alleen maar bij om diens gezag te ondermijnen.

Gelukkig wordt PvdA’er Schneiders kundig tegengesproken door de CDA’er Janssen, die haarfijn uitlegt dat alle gemeentelijke besluiten een politieke dimensie hebben en dat een burgemeester die niet moet wegmoffelen. Het is ook misleidend om net te doen of een burgemeester neutraal is, want iedereen heeft politieke opvattingen en voorkeuren. Het is beter deze zichtbaar te maken en daarover verantwoording af te leggen.

Nog erger is dat Schneiders suggereert dat het gaat om het tijdelijk opzeggen van het partijlidmaatschap. Dus burgemeesters moeten huichelen over hun politieke voorkeuren en net doen alsof ze neutraal en onpartijdig zijn. Maar later kunnen ze gewoon weer lid worden van ‘hun’ partij. Het lijkt me pure volksverlakkerij. Gemeentebesturen – inclusief de burgemeester – besluiten who gets what, when and how en zijn dus ten diepste een politiek orgaan.

Het is absurd dat een PvdA’er gaat betogen dat we het lokale bestuur moeten depolitiseren en net moeten doen alsof de burgemeester geen besluiten neemt die belangrijke negatieve gevolgen hebben voor sommige burgers en die gunstig zijn voor anderen. Ook hypocriet van PvdA’er Schneiders trouwens. Was het niet de PvdA die in de jaren zeventig is begonnen met het politiseren van gemeentepolitiek? In plaats van afspiegelingscolleges – met zoveel mogelijk partijen – begonnen de sociaal-democraten te werken met programcolleges die tot coalities moesten leiden op basis van ideologische en programmatische inhoud.

Zeker nu gemeenten steeds meer taken krijgen op het sociale vlak, is depolitisering ongewenst. Burgers moeten weten vanuit welke visie op de samenleving de politiek verantwoordelijken hun besluiten nemen. Dat is noodzakelijk voor een inhoudelijk democratisch debat. De technocratisering en depolitisering van het openbaar bestuur moeten juist een halt toegeroepen worden, omdat ze leiden tot oncontroleerbaarheid.

Net doen alsof gemeenten neutrale bureaucratieën zijn die altijd het beste met iedereen voorhebben, ondermijnt het vermogen van onze volksvertegenwoordigers om bestuurders ter verantwoording te roepen. Gemeentebesturen – wethouders en burgemeesters – moeten juist explicieter worden over de politiek-inhoudelijke motieven van hun besluiten. Het morele kompas van bestuurders moet zichtbaar worden gemaakt, niet worden verborgen.

Column: Technocraten

Het waren slechte weken voor democraten. In Griekenland en Italië zijn democratisch gekozen regeringen vervangen door technocraten, die zonder mandaat van het volk ‘orde op zaken stellen.’ Grieken mochten niet via een referendum stemmen over de voorgenomen bezuinigingen.

Ook in andere landen worden Europese politici gedwongen door Eurotechnocraten en ongekozen kredietbeoordelaars om diep te snijden in een moeizaam opgebouwde welvaartsstaat. In tijden van crisis is het blijkbaar mode om de democratie uit te schakelen.

Tegelijkertijd riep in ons land Tweede Kamervoorzitter Gerdi Verbeet op om de huidige Kamerleden te vervangen door meer lager opgeleiden. Blijkbaar zijn de technocraten in ons eigen parlement zo overbodig geworden dat we daar wel wat Henks en Ingrids kunnen neerzetten. Verbeet is van mening dat je beter vertegenwoordigd kunt worden door laag opgeleide mensen die ‘op je lijken’ dan door deskundige kritische geesten.

Wat er natuurlijk echt achter zit, is de uitholling van de democratie. Als geen ander weet Mevrouw Verbeet dat de echte besluiten worden genomen in andere kamers dan waar zij de voorzittershamer hanteert. Haar 149 collega’s hebben steeds minder mogelijkheden om de regering echt te controleren. Alle besluiten moeten snel worden genomen, op internationale topconferenties en zonder parlementair debat. Daar is geen tijd voor. Ook voor overleg over de nieuwe bezuinigingen is geen tijd: Verhagen en Wilders twitterden met elkaar over de bezuinigingen op Ontwikkelingssamenwerking.

De oproep van Verbeet voor meer ‘gewone mensen’ in de politiek is totaal hypocriet, want het echte probleem ligt binnen de eigen partij van Verbeet. En binnen de andere grote voormalige volkspartijen. In de PvdA is een klein clubje technocraten in staat de totale kandidatenlijst voor te kauwen. Op de vorige PvdA-lijst voor de Tweede Kamer werden man en vrouw om en om afgewisseld. De vertegenwoordigers van de PvdA zijn blijkbaar volkomen inwisselbaar. Het maakt alleen nog uit of ze man of vrouw zijn. Ze moeten immers op je lijken!

En alsof die anonieme, ongekozen Euro-technocraten en partij-technocraten nog niet genoeg macht hebben, kwam deze week ook nog het voorstel het aantal volksvertegenwoordigers in gemeenteraden te verminderen. Wederom een signaal dat deze volksvertegenwoordigers er steeds minder toe doen?

Het antwoord van deze regering op de steeds diepere democratische crisis is om steeds minder mensen steeds meer macht te geven. Wat niet wordt aangepakt, is de reden waarom gewone mensen steeds minder te maken willen hebben met de politiek. Steeds minder burgers hebben het idee dat hun volksvertegenwoordigers er toe doen. Dan maakt het niet uit of het er vijftienduizend zijn, of tienduizend of vijfduizend.

Het maakt ook niet uit of ze een MBO-diploma hebben of cum laude zijn afgestudeerd aan Harvard. Wat uitmaakt, is of ze daadwerkelijk het laatste woord hebben bij belangrijke besluiten. Namens ons. Zolang dat niet hersteld wordt, mogen Henk en Ingrid van mij op die blauwe stoeltjes plaatsnemen.

Kieskompas voor de parlementaire verkiezingen Egypte is nu online Bosala.org

Kieskompas voor de parlementaire verkiezingen Egypte is nu online  Bosala.org

In samenwerking met Radio Nederland Wereldomroep (RNW), Al Jazeera en een groot aantal Egyptische mediapartners, heeft Kieskompas op maandag 14 november het Kieskompas Egypte gelanceerd.

Met behulp van dit Kieskompas kunnen Egyptische kiezers bepalen welke partijen het dichtst bij hun persoonlijke politieke voorkeuren liggen. Eerder deze maand werd ook Kieskompas Morocco gelanceerd, evenals een speciaal Kieskompas voor de eerste democratische verkiezingen ooit in Tunesie.

Het Kieskompas Egypte is ontwikkeld door een team van vooraanstaande Egyptische wetenschappers van Cairo University en American University Cairo. Om een kwalitatief hoogstaand en betrouwbaar overzicht van partijstandpunten op de belangrijkste thema’s kunnen weergeven hebben professor Mazen Hassan en professor Ibrahim el Nour nauw samengewerkt met een internationaal team van wetenschappers uit de regio.

Door het beantwoorden van 30 eenvoudige stellingen over de belangrijkste politieke onderwerpen worden bezoekers in het nieuwe Egyptische politieke landschap geplaatst. Op deze manier kunnen zij hun eigen positie vergelijken met die van de belangrijkste politieke partijen die aan de verkiezingen die vanaf 28 november plaatsvinden- deelnemen. Kieskompas Egypte is volledig transparant.

Kiezers kunnen hun antwoorden op alle stellingen vergelijken met posities van de belangrijkste politieke partijen. Alle partijstandpunten zijn onderbouwd met passages uit hun verkiezingsprogramma of van hun officiële website en alle bezoekers hebben toegang tot al deze gegevens.

Om de website te promoten en resultaten van analyses te publiceren werkt Kieskompas nauw samen met internationale en Egyptische mediapartners, zoals Al Jazeera, Al-Hayat TV, Shourouk News, Masrawy, MSN Arabia en Fatakat. Rond de verkiezingen zullen nog meer mediapartners aanhaken zodat meer Egyptische kiezers ondersteuning krijgen bij het maken van een belangrijke politieke keuze in deze eerste democratische verkiezingen in Egypte. Kieskompas Egypte is, zowel in het Engels als in het Arabisch, beschikbaar op www.masr.bosala.org

Column: Kiezersbedrog D66

Dat D66 haar kroonjuwelen niet langer koestert, is al jaren overduidelijk. Je hoort geen enkele D66’er meer hardop pleiten voor gekozen burgemeesters, referenda, een gekozen premier of de invoering van een districtenstelsel.

Al deze voorstellen hadden hetzelfde uitgangspunt: burgers moesten meer directe invloed kunnen uitoefenen op de samenstelling van de wetgevende en vooral ook de uitvoerende macht. En wat lezen we nu in VNG Magazine van 4 november? D66 in Helmond heeft onmiddellijk ná de verkiezingen een bondje gesloten met twee andere partijen (SDOH en initiatiefnemer Helmondse Belangen) om zodoende de grootste fractie te vormen en wethouders te kunnen leveren.

Elke rechtgeaarde D66’er zou dit bondje verzwegen hebben, maar de leiders van D66 in Helmond niet! Vol trots vertellen zij hoe zij onmiddellijk na de verkiezingen besloten tot samenvoeging van drie fracties. Stemmers op de drie partijen wisten niets van de vergaande samenwerking na de verkiezingen.

Men mag er van uitgaan dat D66-stemmers in Helmond nog steeds voorstander zijn van het idee dat partijen vóór de verkiezingen duidelijk maken welke coalitie ze willen. Dat was ook het oorspronkelijke idee achter de alliantie die D66 voor de verkiezingen van 1971 sloot met de PvdA en PPR. Vooraf moesten partijen laten zien wie de gewenste partners waren, dat moest niet achteraf gebeuren in de achterkamertjes.
Het is dan ook misselijkmakend om te lezen dat hoe de leiders van D66 Helmond het kiezersbedrog goedpraten. Al op de verkiezingsavond zelf, terwijl de uitslag nog niet eens vaststond, is D66 al gaan onderhandelen met de twee andere partijen om de macht zeker te stellen. Een dag later zaten ze al bij elkaar – ergens in een achterkamertje – en konden ze de formateur en de andere partijen voor het blok zetten.
Vol trots vertelt D66 in Helmond dat ze al in gesprek waren met de beoogd formateur, terwijl die nog niet eens benoemd was. Je zou je toch dood moeten schamen als D66’er. Die horen voorstander te zijn van een gekozen formateur, in plaats van een voorgekookte benoeming.
Het is triest om te lezen dat de enige partij die altijd fier stond voor democratische hervorming en verdieping, nu ook aan botte machtspolitiek doet. En daar nog trots op is ook. In 1974 stemde een meerderheid op het D66-congres voor opheffing. Als de vereiste tweederde meerderheid toen was behaald, had een hoop democratisch leed voorkomen kunnen worden. Zes maal nam de partij deel aan een regering en nooit, maar dan ook nooit, werd zelfs maar een kleine stap bereikt naar een meer democratisch stelsel.

Ik begin te geloven dat D66 het nooit serieus heeft geprobeerd. En nu pochen ze zelfs dat ze het machtsspel beter spelen dan de eens zo verguisde christen-democraten. Het is om wanhopig van te worden. Ik stel voor dat D66 dit weekend nog een speciaal congres houdt en dat dan – uiteraard zonder ledenraadpleging – de partijtop besluit om de partij op te heffen.