Laatste projecten

oekraine-kieskompas

Stemhulp voor het Oekraïne-
referendum 2016

Referendum over de
associatieovereenkomst
EU-Oekraïne

usa-kieskompas

Stemhulp voor Amerikaanse verkiezingen 2016

Voor zowel de voorverkiezingen als de presidentiele verkiezingen van de Verenigde Staten heeft Kieskompas een stemhulp ontwikkeld waarbij...

UK-eletions

Stemhulp voor Britse verkiezingen 2015

Kieskompas heeft voor de verkiezingen van de Verenigd Koninkrijk..

israel-last-project

Stemhulp voor Israëlische verkiezingen

Voor de derde keer heeft Kieskompas een tool gemaakt voor de Israëlische verkiezingen.

debat

Levend Kieskompas
in de Klas

Kieskompas presenteert een uniek en vernieuwend concept voor middelbare scholen: Levend Kieskompas in de Klas.

Alles

Nieuws

Column André

Column: Vernieuwing

Deze week werd de nieuwe kandidatenlijst van het CDA bekend. Er staat een ex-D66’er op nummer zes en de dissidenten zijn uit de fractie gegooid of zelf opgestapt. Bij de eerste twintig kandidaten staan maar acht zittende Kamerleden. Veel nieuwe CDA-kandidaten hebben geen enkele landelijke politieke ervaring.

Geen van de huidige ministers en staatssecretarissen staat op de lijst en de meeste Kamerleden die wel weer een plekje hebben gekregen, zitten zelf ook nog maar kort in de nationale politiek. Je kunt dus wel zeggen dat het CDA van meest ervaren bestuurderspartij is verworden tot een club enthousiaste nieuwelingen, bij elkaar gebracht door de bezielende nieuwe partijvoorzitter Ruth Peetoom. Waarom breekt het CDA zo drastisch met de traditie die zij als volkspartij en natuurlijke bestuurderspartij altijd had. Waarom kan het CDA geen mensen meer vinden met lange ervaring en een groot netwerk in het openbaar bestuur?

Dit is een probleem dat ook elders in het openbaar bestuur zichtbaar is. Steeds sneller worden kandidatenlijsten vernieuwd. Er gaat door de toenemende omloopsnelheid van politiek personeel enorm veel kennis en ervaring verloren. Op gemeentelijk niveau is dat nog problematischer dan in het nationale parlement. In gemeenten is de selectie van kandidaten minder streng en moeten partijen vaak grote moeite doen om goede kandidaten te vinden. En als ze eenmaal gevonden worden, gaan ze steeds sneller weer weg.

De gemiddelde zittingsduur van zowel raadsleden als wethouders is snel afgenomen. Zo is het aantal wethouders dat aftreedt, toegenomen van twintig procent in de jaren tachtig jaren naar dertig procent in de periode 2006-2010. Eén op de drie wethouders vertrekt voortijdig. Slechts een klein deel van de raadsleden zit langer dan twee periodes (in grote steden zit slechts dertien procent van de raadsleden langer dan acht jaar). Het zal natuurlijk verschillen naar regio en gemeentegrootte, en iedereen zal wel iemand kennen die al twaalf of zestien jaar in de raad zit, maar die doorzetters zijn uitzonderingen.

De steeds snellere vervanging van politiek personeel trekt een zware wissel op de kwaliteit van het openbaar bestuur. Een raad met veel nieuwelingen heeft even nodig om er in te komen, nieuwe raadsleden moeten getraind worden en het politieke handwerk leren. Ook moeten zij gewend raken aan de pikorde in de fractie, het ambtelijk apparaat leren kennen en sociale netwerken opbouwen om aan de broodnodige informatie te komen. Om goed te functioneren, is vier jaar echt te kort.

Hoe kan het politiek metier zowel op lokaal, regionaal als nationaal niveau weer aantrekkelijk worden gemaakt, zodat volksvertegenwoordigers in elk geval twee of drie termijnen blijven zitten? Het probleem is dat ook de grote kiezersbewegingen en de daardoor sterk wisselende verkiezingsuitslagen de omloopsnelheid van politici nog eens versterken. Een oplossing zou zijn dat de zittingsduur wordt verlengd. Maar als raadsleden tussentijds mogen opstappen en gewoon kunnen worden vervangen, is er voor partijen weinig reden om goed na te gaan of raadsleden wel Ausdauer hebben. En welke moderne burger kan het zich veroorloven om een ‘commitment’ te maken voor acht of twaalf jaar? Dat is bijna zo lang als een gemiddeld huwelijk in Nederland (veertien jaar).

Misschien moeten we gewoon accepteren dat die toewijding niet meer bestaat. Moderne burgers ‘zappen’ sneller van de ene bezigheid naar de andere en wisselen ook steeds vaker van baan. Dus wordt ook het politieke vak steeds sneller verlaten.

Column: PVV en SP lijken op elkaar

Geert Wilders heeft de stekker uit het kabinet-Rutte getrokken. De PVV kon geen verantwoordelijkheid dragen voor de bezuinigingen die in het ’Catshuis-akkoord’ waren overeengekomen. Dat lijkt raar, want tenslotte waren de drie (centrum)rechtse partijen CDA, VVD en PVV al wekenlang in overleg. Wilders was dus al lang akkoord gegaan met veel van de bezuinigingen die er nu aankomen. Maar goed, een partij mag te allen tijde besluiten dat ze de politieke verantwoordelijkheid niet kan nemen. Vreemd genoeg kunnen twee ‘linksere’ partijen – GroenLinks en ChristenUnie – wel hun handtekening zetten onder de forse bezuinigingsmaatregelen. D66 ook, maar dat is gewoon een rechtse partij.

Er zullen veel kiezers zijn die er niks meer van begrijpen. Maar de verklaring is eigenlijk heel simpel. Hoewel ze uit een totaal andere ideologische hoek komen, vertegenwoordigen GroenLinks, D66 en de ChristenUnie dezelfde sociale groepen als VVD en CDA. Als je kijkt naar de achtergrond van de kiezers – in termen van opleiding, inkomen en ‘welstand’ – van de partijen die het Kunduz-/Wandelgangen-/Lenteakkoord hebben ondertekend, dan is er een groot verschil met de kiezers van tegenstanders van het bezuinigingspakket: de SP en de PVV.

Terwijl CDA, VVD, GL en vooral D66 met name kiezers uit de middenklasse en de hogere sociale milieus aan zich verbinden, zijn SP- en PVV-kiezers voor het merendeel mensen met een lagere opleiding en een lager inkomen. Zij plaatsen zichzelf laag op de sociale ladder. Vooral PVV-stemmers rekenen zichzelf vaak tot de arbeidersklasse, nog meer zelfs dan SP-stemmers. Uit het nationale kiezersonderzoek blijkt dat maar liefst één op de drie PVV-kiezers zichzelf ziet als behorend tot de arbeidersklasse, bij de SP is dat één op de vier kiezers. Onder de gehele Nederlandse bevolking is dat slechts één op de zes. En terwijl één op de vijf Nederlanders zich rekent tot de hogere middenklasse, is dat onder PVV kiezers maar één op de twintig! Van de grote traditionele partijen heeft de PvdA de meeste kiezers uit de lagere sociale milieus en dat verklaart waarom ook de sociaal-democraten zich tegen de bezuinigingen verzetten.

Uit de gegevens van Ipsos/Synovate zien we een nog duidelijker verschil opdoemen tussen de hooggeschoolde kiezers van CDA, VVD, D66 en GroenLinks en de laaggeschoolde achterban van SP en PVV. Maar liefst 70 procent van de PVV kiezers heeft een MBO-opleiding of lager, en 45 procent van hen komt niet eens aan een beroepsopleiding toe. Van SP-stemmers heeft 60 procent maximaal MBO. Dat is wederom beduidend lager dan de gehele Nederlandse bevolking. PVV- en SP-stemmers rekenen zichzelf dan ook veel vaker tot de lagere welstandsniveaus en veel minder tot de midden- en hogere klasse.

Kortom, het is totaal logisch dat de SP en de PVV vaak fulmineren tegen de politieke en culturele elite van ons land. Zowel de radicaal linkse SP als de anti-immigratie-partij PVV vertegenwoordigen disproportioneel de onderlaag van onze samenleving. Niet dat deze mensen allemaal arm zijn, maar ze voelen zich wel machteloos tegenover al die libertaire D66‘ers, GroenLinksers, VVD‘ers en CDA’ers, die vanuit een relatief welvarende positie lekker verder gaan met Europese samenwerking, vermarkting van het publieke domein en de afbraak van sociale voorzieningen. De onderklasse in Nederland ziet daardoor veel bestaande zekerheden verdwijnen en steunt de partijen die zeggen hen te zullen beschermen tegen al die kwalijke ontwikkelingen. Dat wordt een makkie voor de ‘SPVV’ in de komende Tweede Kamerverkiezingen tegen het blok van elitepartijen.

Samen met collega Stijn van Kessel presenteert André Krouwel een uitgebreidere versie van dit onderzoek op het Nederlands-Vlaams Politicologenetmaal.

Column: Slechte bestuurders

Bernard Wientjes, voorzitter van werkgeversorganisatie VNO-NCW, is een van de machtigste mannen in Nederland. Als hij iets zegt, dan luisteren we allemaal. Dus maakte NRC Handelsblad er voorpaginanieuws van, toen Wientjes op 5 mei klaagde over de kwaliteit van politici in Nederland. ‘Dit land wordt niet bestuurd door toppers’, was zijn analyse.

Natuurlijk heeft Wientjes geen onderzoek gedaan naar de kwaliteit van bestuurders en ook is volstrekt onduidelijk welke criteria hij hanteert bij zijn evaluatie van Nederlandse bestuurders. Maar hij weet zeker dat ‘maar weinig ministers een bedrijf kunnen leiden.’

Nu is de Nederlandse politiek vol met ambtenaren en schoolmeesters, maar het is toch idioot dat Wientjes dit beweert. VNO-NCW – Wientjes’ eigen organisatie – concludeerde enkele jaren geleden al dat het de schuld van ondernemers was dat ze zich te weinig in de politiek begeven. Ook zegt Wientjes zelf een ministerspost geweigerd te hebben, nadat Rutte hem had gevraagd.

Eigenlijk moeten we ophouden naar Wientjes te luisteren. De man is een ongelooflijke draaikont. Hij was eerst tegen regeringsdeelname/gedoogsteun van de PVV aan een rechts kabinet, daarna was ie weer voorstander. Vervolgens is het Kunduz-akkoord (zonder PVV) weer beter dan het Catshuisakkoord (met PVV). Het is triest dat Nederlandse werkgevers geleid worden door zo’n opportunist.

Wientjes kraamt ook onzin uit, want het Nederlandse openbare bestuur is helemaal niet zo slecht als hij beweert. In veel internationaal vergelijkend onderzoek staat Nederland hoog in de rangorde (recent was ons land nog tweede achter Zuid-Korea in termen van e-government). En Nederlandse burgers behoren tot de meest tevreden burgers in de wereld, terwijl Nederlandse jongeren de gelukkigste kinders ter wereld zijn. Zo slecht kan het dus niet zijn in Nederland.
Er is zeker heel wat te verbeteren aan het openbaar bestuur, maar Nederland wordt over het algemeen gekenmerkt door een redelijk effectieve overheid, met relatief integere bestuurders, politici en ambtenaren.

Nog erger is dat Wientjes niet alleen uit zijn nek kletst, maar ook hypocriet is. De echte falers en knoeiers zitten in het bedrijfsleven, vooral bij de banken die Wientjes noemt als toporganisaties. Dat bedrijfsleven zou vol zitten met echt goede mensen. Je zou toch denken dat Wientjes nadenkt voordat hij iets zegt en bijvoorbeeld kijkt wat er gebeurt als je een overheidsorganisatie – zoals de NS – vol zet met mensen uit het bedrijfsleven. Die toppertjes van Wientjes hebben van Prorail zo’n chaos gemaakt dat zelfs VVD-Kamerlid Aptroot nu voorstander is van re-nationalisatie van het bedrijf.

Het is ongehoord dat Wientjes politici en bestuurders in Nederland de maat durft te nemen in een periode waarin het overduidelijk is dat de markt faalt, waarin topmensen van banken en grote ondernemingen miljarden aan overheidssubsidies aannemen om deze vervolgens weer op een onverantwoordelijke manier te verkwisten.

Wientjes’ tirade tegen politici is slechts een trieste afleidingsmanoeuvre om het falen van zijn eigen leden – vooral in de financiële top van het bedrijfsleven – te verhullen. De VNO-NCW moet eerst zelf maar eens een kwaliteitsslag maken en de eigen top vervangen, te beginnen met kletskous Wientjes.

Column: Fortuyns Erfenis

Alle kandidaat-Kamerleden zijn bekend. Het maakt niet meer uit wat partijleden nog doen op congressen of u in het stemhokje, we krijgen sowieso een parlement vol ambtenaren, schoolmeesters en beroepspolitici.

Alle politieke partijen komen met hetzelfde soort ‘volks’-vertegenwoordiger: het overgrote deel is man, gemiddeld ouder dan 43 jaar en universitair opgeleid en het zijn voornamelijk beroepspolitici of ze komen rechtstreeks uit de ambtenarij.

De VVD als partij voor de ondernemer? Niks ervan: er staat zegge en schrijven één ondernemer bij de eerste veertig kandidaten. De PVV blijkt helemaal geen ‘partij van buiten’: Geert Wilders zit al sinds mensenheugenis in de Kamer en verder staan er alleen zittende Kamerleden en ambtenaren op de PVV-lijst. De SP is ook geen partij van de ‘gewone man’: allemaal hoogopgeleide academici op de lijst. GroenLinks valt door de mand als partij met tentakels in het actiewezen: er staat niemand van buiten het openbaar bestuur op een verkiesbare plaats.

Ironisch genoeg komt het CDA – voorheen toch een partij van ervaren bestuurders – nog met de meeste mensen van buiten de politiek. Een hele schare aan CDA-jongelingen moet de partij uit het electorale dal trekken. Hoewel politieke partijen inhoudelijk wel degelijk van elkaar verschillen, lijken ze zeer sterk op elkaar wat betreft rekruteringspatroon. Ongeacht de originele ideologie en huidige standpunten, denken ze allemaal dat ambtenaren en schoolmeesters de partijvisie het beste kunnen uitdragen.

Er is in Nederland een klasse van beroepspolitici ontstaan, die zich hebben gespecialiseerd in hun vak. Deze professionalisering van het politieke metier zult u ook uit uw eigen gemeentebestuur wel herkennen. Het is een trend die ook elders in Europa zichtbaar is. In een recent onderzoek heb ik gegevens verzameld over de achtergrond van parlementariërs in Europese democratieën en daarin zie je een heel duidelijke trend.

Het aandeel ambtenaren in Europese parlementen is gestegen van rond de 35 procent in de jaren vijftig tot bijna zestig procent in het begin van deze eeuw. Ook het percentage professoren en andere schoolmeesters is gestegen van tien naar ruim twintig procent in de afgelopen zestig jaar. De meeste parlementen in Europa bestaan nu voor ruim driekwart uit ambtenaren en schoolmeesters.

Natuurlijk is het prima dat kundige mensen die er voor hebben doorgeleerd onze wetten maken en de regering controleren. Maar in de aanvaarding van al die besluiten kan wel een probleem ontstaan. Door de smalle rekrutering hebben nog maar weinig parlementariërs verstand van bijvoorbeeld de industriële sector of het bankwezen.

Als er een paar bankiers in het parlement hadden gezeten, dan hadden die ons misschien kunnen waarschuwen voor de wanpraktijken die daar plaats hadden. Dan was wellicht het toezicht niet zo versoepeld en zou er binnen de Kamerfracties nu kennis zijn over hoe we deze gigantische financiële crisis moeten oplossen.

Maar er zitten geen bankiers. En ook veel andere beroepsgroepen zullen nooit een collega in de Kamerbanken aantreffen. Ook de komende jaren niet.

Kieskompas Presidentsverkiezingen Egypte

Kieskompas Presidentsverkiezingen Egypte

Eind 2011 lanceerde Kieskompas, in samenwerking met Radio Nederland Wereldomroep (RNW) en twee Egyptische universiteiten, een Kieskompas voor deze historische parlementsverkiezingen in Egypte. Voor het eerst konden Egyptenaren gebruik maken van een online stemhulp. Kieskompas en RNW geven hier nu een vervolg aan bij de Egyptische presidentsverkiezingen, die op 23 mei zullen plaatsvinden. Als er niet onmiddellijk een winnaar uit de bus komt wordt op 16 juni een tweede ronde gehouden. Met behulp van dit Kieskompas worden de programmatische verschillen tussen de deelnemende kandidaten glashelder weergegeven, en kunnen Egyptenaren door het beantwoorden van een reeks duidelijke stellingvragen bepalen welke kandidaat het best bij hun eigen politieke voorkeuren past. Het Kieskompas voor de Egyptische presidentsverkiezingen, dat zowel in het Engels als in het Arabisch beschikbaar zal zijn, zal eind april online gaan.

Column: Lands- of partijbelang?

De Koningin bezocht deze week Limburg, samen met president Gül van Turkije. Volgens de partijlijn, met harde hand uitgestippeld door voorman Wilders, hadden de PVV-gedeputeerden afgezegd. Ze wilden niet lunchen met Gül, omdat hij Wilders ‘islamofoob’ had genoemd.

Wilders ziet Gül als een ‘islamist van het meest gevaarlijke soort’ en twitterde wat beledigingen de virtuele ruimte in. Dat doet Geert vaker, het is zijn methode om even aan alle PVV’ers te laten zien dat de partij nog steeds ferm anti-islam is. Maar het ging mis: de twee gedeputeerden gaan nu toch lunchen met Gül, vanwege het ‘belang’ van de provincie.

Nu dreigt een scheuring in de Limburgse PVV. De gedeputeerden worden gedwongen te kiezen voor het partijbelang (anti-islam zijn) of voor het lands/provinciebelang. In Drenthe leidde het anti-islam getwitter van Wilders tot het opstappen uit de PVV van een andere gedeputeerde.

Na het opstappen van Hero Brinkman uit de Tweede Kamerfractie en van PVV-vertegenwoordigers in gemeenten en provincies lijkt de desintegratie van de PVV daadwerkelijk ingezet. Maar er is wel een aantal problemen met al die opstappende PVV’ers. Zij zijn immers gekozen op basis van Wilders’ ideeën. Geen kiezer in Almere, Den Haag, Drenthe en Limburg kende de lokale PVV-vertegenwoordigers echt goed. Deze dames en heren zijn willens en wetens bij een autoritair geregeerde eenmanspartij gegaan. Dan moet je dus ook opstappen en je zetel opgeven als je uit die partij stapt. Het is al erg genoeg dat Brinkman in de Tweede Kamer het kabinet kan gijzelen en afpersen als 76e zetel.

Nu zit er in Drenthe ook nog een gedeputeerde die ‘partijloos’ is, maar wel namens de PVV is aangezocht. En in gemeenten en provincies zitten allerlei afgebroken ex-PVV’ers een beetje voor zichzelf uit te babbelen.

Natuurlijk heeft Wilders dit probleem voor een deel zelf gecreëerd, omdat geen van de PVV-volksvertegenwoordigers of -bestuurders lid is van de PVV. Alleen Geert Wilders zelf is echt PVV-lid, verder kan niemand lid worden van deze partij. Dus kon de gedeputeerde in Drenthe doodleuk zeggen dat ie nooit lid is geweest en gewoon ‘doorgaat voor Drenthe.’

Als het een andere partij betrof, zou Wilders onmiddellijk ‘baantjesjager’ en ‘plucheplakker’ twitteren. In veel gemeenten (en provincies) zien we dus het grote probleem dat burgers op een partij stemmen om een bepaald beleid te zien, maar dat die partijen snel desintegreren en politici voor zichzelf beginnen, met op zijn minst een bedenkelijk volksmandaat.

Column: Naïef Nederland

Wat hebben lokale politieke partijen en lokale afdelingen van landelijke partijen te verbergen? In de Tweede Kamer is een voorstel verworpen om giften aan lokale partijen en partijafdelingen openbaar te maken. Terecht heeft PvdA-Kamerlid Pierre Heijnen hierop aangedrongen, omdat juist lokale politiek zeer gevoelig is voor omkoping en corruptie.

Immers, op het lokale niveau worden heel directe diensten verleend aan burgers en bedrijven. Zo noemt Heijnen zaken als een bouwvergunning, milieuhandhaving, gronduitgifte, een subsidie en ga maar door. Het is voor direct betrokkenen zeer aantrekkelijk om besluitvormers te beïnvloeden met giften.

Waarom willen de regeringspartijen VVD, CDA en PVV niet aan strengere wetgeving voor lokale partijen en afdelingen? Wat hebben zij te verbergen? Nederland is door de Raad van Europa al meerdere malen op de vingers getikt, omdat onze wetgeving niet aan internationale standaarden voldoet en het gevaar van corruptie in Nederland veel te groot is. Waarom kennen we in Nederland niet de schandalen die we wel hebben gezien in Frankrijk, België, Duitsland, Italië en het Verenigd Koninkrijk? Niet omdat er geen giften worden gedaan, maar omdat hier alles mag, anoniem is en er niet wordt gecontroleerd!

Het gaat hier niet om corrupte politici die direct geld aannemen. Dat soort corruptie is natuurlijk wel degelijk strafbaar en er zijn in het verleden ook politici vervolgd voor dergelijke vergrijpen. We hebben het hier over het structurele probleem dat Nederlanders niet weten door wie hun politici worden betaald. Eenvoudigweg omdat donoren anoniem mogen blijven.

Deze regering leunt voor haar (bijna) meerderheid op een politieke partij – de PVV – die voor een groot deel door buitenlandse donoren wordt betaald. Dat is in alle echte democratieën een gotspe. Giften van buitenlandse bedrijven of personen is in veel landen volstrekt verboden of aan zeer strenge regels onderworpen, omdat volksvertegenwoordigers zonder last en ruggespraak een afweging moeten maken die het beste is voor het land.

Als partijen uit het buitenland anonieme giften mogen ontvangen, ben ik er niet zeker van dat we de beste straaljagers aanschaffen, dat onze politici bij internationale benoemingen op de meest geschikte kandidaat stemmen of dat zij in de Tweede Kamer wetgeving aannemen of afwijzen op inhoudelijke gronden. Ik wil weten wie mijn politici betalen, want ik luister ook naar mijn baas die mijn salaris betaalt.

Kieskompas Frankrijk Online

Kieskompas Frankrijk Online

Kieskompas Franse presidentsverkiezingen vandaag online
Veel Franse kiezers hebben nog niet besloten op wie ze gaan stemmen bij de eerste ronde van de Franse presidentsverkiezingen die zondag 22 april plaatsvinden. Kieskompas helpt hen een gefundeerde keuze te maken en lanceert daarom vandaag een Kieskompas voor de Franse presidentsverkiezingen.
Wetenschappers van de Vrije Universiteit Amsterdam en het politicologisch instituut CEVIPOF van de Parijse universiteit SciencesPo hebben deze ontwikkeld.

Goed geïnformeerde keuze door standpunten te vergelijken
De wetenschappers ontwikkelden dertig heldere stellingen over de belangrijkste thema’s uit de Franse politiek. Nadat de kiezers hun mening over de stellingen hebben gegeven kunnen ze hun politieke voorkeuren vergelijken met de standpunten van alle presidentskandidaten. Het Kieskompas voor de Franse presidentsverkiezingen is beschikbaar in het Frans en Engels en is vanaf vandaag te vinden via www.laboussolepresidentielle.fr. VU-politicoloog en mede-ontwikkelaar André Krouwel: “Op dit moment is de website al 100.000 keer bezocht. We voorzien hiermee dus duidelijk in een behoefte van de Franse kiezers.”
Kiezers kunnen de standpunten van de deelnemende kandidaten in detail bekijken, waardoor ook twijfelaars worden geholpen een goed geïnformeerde keuze te maken.

Column: Politiek geld

Deze week heeft iedereen de ogen gericht op Hero Brinkman, die nu een groot afpersingspotentieel heeft. Hij heeft Geert Wilders zijn almacht ontnomen: Geert kan het kabinet nog wel ‘breken’, maar niet meer ‘maken’, daar is Hero nu voor nodig. Het was een handige manoeuvre, want Wilders had Brinkman echt niet meer op de lijst gezet bij de volgende verkiezingen.

Hero Brinkman zal zijn positie niet misbruiken zegt hij, maar hij zit natuurlijk niet voor niks in de politiek. Zijn machtspositie ontleent hij aan het feit dat hij nu het oor heeft van de premier. Voorheen kon Rutte Brinkman negeren en moest Wilders maar zorgen dat hij zich schikte naar de ijzeren fractiediscipline van de PVV.

We moeten dat luisterend oor niet onderschatten. Het feit je het luisterend oor hebt van machtige mensen, die belangrijke beslissingen kunnen nemen, is heel wat waard. Dat brengt ons bij de lokale Roermondse politiek. Daar heeft VVD-wethouder Jos van Rey een hechte vriendschapsrelatie met projectontwikkelaar Piet van Pol. Een commissie (met kopstukken Winnie Sorgdrager en Paul Frissen) heeft naar deze relatie gekeken en geconcludeerd dat er sprake is van ‘schijn van belangenverstrengeling’.

Er is geen hard bewijs dat de beide heren hebben geprofiteerd van de relatie, behalve dat Van Rey enkele mooie snoepreisjes naar de villa van de projectontwikkelaar in St. Tropez heeft gehad. Een rare conclusie, want ik moet flink betalen als ik in St. Tropez overnacht in een luxe villa. Dus Van Rey heeft wel degelijk ‘geld en goederen’ aangenomen. Maar goed, je mag bij vrienden logeren en ik heb gewoon verkeerde vrienden!

Wat de commissie echter vergeet, is dat de heren natuurlijk niet stilzwijgend naast elkaar zitten in de Franse zon. Zij zullen heus wel over Roermondse zaken hebben gesproken. En informatie is ook wat waard. Het gewillig oor van de wethouder ook. Er zullen heel wat projectontwikkelaars zijn die ook graag een aanzienlijke tijd met de wethouder aan tafel zitten om hun ideeën en belangen eens goed duidelijk te maken.

Nederland is het land waar zelden financiële politieke schandalen of corruptie aan het licht komen. Dat komt omdat we gewoon heel slechte wetgeving op dat gebied hebben (en al meermalen daarvoor op ons kop hebben gehad van de EU en ander internationale instellingen). Ook zijn we veel te tolerant tegenover informele beïnvloeding. Het kan best zijn dat Jos en Piet heel erg graag samen zijn. Maar er zijn gewoon te weinig garanties dat Jos niet gewoon doet wat Piet wil na zo’n heerlijk weekendje in de Franse zon…

Column: Verruwde omgangsvormen

‘Fatsoen moet je doen’, riep de voormalige premier Jan Peter Balkenende. Hij wilde een halt toeroepen aan het gebrek aan fatsoen dat volgens hem was ontstaan in de samenleving. Maar dit gebrek aan goede omgangsvormen blijft niet beperkt tot burgers onderling. In de afgelopen weken werd duidelijk hoe ernstig het inmiddels is gesteld met de manier waarop politici met elkaar omgaan.

Zo is in Nijmegen door raadsleden gelekt uit de vertrouwenscommissie, die de nieuwe burgemeester moest aanwijzen. Nou zat niemand in Nijmegen te wachten op Sharon Dijksma (PvdA), want zij heeft geen enkele band met de stad. Maar door het gedrag van enkele commissieleden heeft de benoeming van toekomstig burgervader Bruls (CDA) nu ook een flinke smet. Toegegeven, het parkeren van Kamerleden als burgemeester is een van de lelijke kanten van onze benoemingscultuur. Veel erger is echter dat Nijmeegse raadsleden alle regels van bestuurlijk fatsoen met de voeten treden.
Bij benoemingen van personen is het van groot belang dat er volstrekte geheimhouding is, omdat anders de kans bestaat dat kundige mensen zich niet meer zullen kandideren. De kans op beschadiging van je reputatie wordt dan immers veel te groot.

In Wassenaar was een nog veel onsmakelijker tafereel te zien deze week. Wethouder De Greef (VVD) heeft, blijkens uitgelekte e-mails en sms’jes, een vrouwelijk raadslid seksistisch bejegend. Het is goed mogelijk dat enkele verbolgen raadsleden het allemaal schromelijk overdrijven, maar de rel heeft wel de totaal bedorven bestuurlijke en persoonlijke verhoudingen in Wassenaar blootgelegd. Vervolgens heeft de burgemeester raadsleden van oppositiepartij WatWassenaarWil, die de e-mails naar buiten zouden hebben gebracht, via sms’jes gedreigd met rechtszaken. Je zou toch verwachten dat men de overtreders van de politieke mores aanspreekt in een raadsvergadering.

Dan was er ook nog burgemeester Jan-Frans Mulder (CDA) van Hulst die discriminerende tweets de wereld instuurde over Chinese inwoners die het slachtoffer waren van een overval. Geen gedrag dat je van een burgervader mag verwachten.

Het is niet alleen het kwetsende taalgebruik van Geert Wilders dat de verwording van de Nederlandse politieke mores aantoont. Zowel in het parlement als in onze raadszalen – en daarbuiten – zijn de onderlinge omgangsvormen verruwd en toont men weinig respect voor politieke opponenten.
Deze verruwing van omgangsvormen zie je overal om je heen. Het is echter nog een graadje erger wanneer diegenen die het goede voorbeeld zouden moeten geven, zich onbetamelijk gedragen. Wie blijft er dan nog over om burgers aan te spreken op hun gedrag? We hadden misschien toch allemaal wat minder hard moeten lachen om Jan-Peter…