Laatste projecten

oekraine-kieskompas

Stemhulp voor het Oekraïne-
referendum 2016

Referendum over de
associatieovereenkomst
EU-Oekraïne

usa-kieskompas

Stemhulp voor Amerikaanse verkiezingen 2016

Voor zowel de voorverkiezingen als de presidentiele verkiezingen van de Verenigde Staten heeft Kieskompas een stemhulp ontwikkeld waarbij...

UK-eletions

Stemhulp voor Britse verkiezingen 2015

Kieskompas heeft voor de verkiezingen van de Verenigd Koninkrijk..

israel-last-project

Stemhulp voor Israëlische verkiezingen

Voor de derde keer heeft Kieskompas een tool gemaakt voor de Israëlische verkiezingen.

debat

Levend Kieskompas
in de Klas

Kieskompas presenteert een uniek en vernieuwend concept voor middelbare scholen: Levend Kieskompas in de Klas.

Alles

Nieuws

Column André

Column: Lokale partijdiscipline

De naderende gemeenteraadsverkiezingen zijn een eerste test voor de regeringspartijen. Nationale onderwerpen zullen een grote rol spelen, vooral de bezuinigingen. Het kabinetsbeleid is zeer impopulair en veel VVD- en PvdA-raadsleden zullen hun zetel kwijtraken. Dat zorgt voor interne spanningen in beide partijen.

Ook veel oppositiepartijen staan er belabberd voor, vooral CDA en GroenLinks. Het zouden gouden electorale tijden kunnen worden voor de meer extreme partijen, zoals SP en PVV, en voor nieuwe partijen als 50PLUS.

Maar de PVV zal niet profiteren van de algemene onvrede, omdat ze in slechts een paar gemeenten meedoet. En ook ouderenpartij 50+ heeft besloten dat het te vroeg is om aan de gemeenteraadsverkiezingen mee te doen. Het lijkt een gelopen race: lokale partijen boeken een monsteroverwinning op 19 maart.

Ook 50PLUS zit in de problemen. Om LPF-toestanden te voorkomen en incapabele baantjesjagers buiten de deur te houden, besloot de partij helemaal niet mee te doen aan de gemeenteraadsverkiezingen. Het partijkader negeert deze oekaze en stampt inmiddels overal in het land op eigen houtje lokale ouderenpartijen uit de grond.

De drie belangrijkste Nederlandse partijen – PvdA, VVD en CDA – zijn niet alleen impopulair, maar raken ook de grip op hun lokale afdelingen kwijt. Zo wilde de Roermondse VVD-afdeling doodleuk de van corruptie verdachte ex-wethouder Jos van Rey als lijstduwer, ondanks grote druk vanuit Den Haag om dit niet te doen. Inmiddels is de kandidatuur ‘opgeschort’, maar de interne verdeeldheid ligt op straat.

Ook binnen de kleinere landelijke partijen rommelt het. In Vlissingen werd Lilian Janse-van der Weele tot eerste vrouwelijke SGP-kandidaat ooit gekozen, tegen de grondbeginselen van deze partij in. Deelname van vrouwen aan het openbaar bestuur is strijdig met ‘de roeping van de vrouw’. Maar SGP-vrouwen laten zich niet meer door mannen of bijbelteksten vertellen wat hun roeping is en in Vlissingen is een vrouw nu SGP-lijstrekker. Partijleider Van der Staaij wrong zich op tv in allerlei bochten om net te doen alsof het een lokale verantwoordelijkheid was, maar Lilian riep onmiddellijk dat zij niet de enige vrouw zal zijn die tot een hoger ambt is geroepen. Einde SGP dus.

De lokale democratie lijkt springlevend.

Column: Democratisch failliet

Vorige maand bezweek de Amerikaanse stad Detroit onder haar immense schuldenlast van 18 miljard dollar. Door de ingestorte auto-industrie is haar bevolking in een halve eeuw gehalveerd. De grootste schuldeisers, waaronder pensioenfondsen, gingen niet akkoord met het schuldsaneringsvoorstel van de door de staat Michigan aangestelde interim-manager, waardoor de boedel van de stad nu onder de hamer gaat.

In Nederland kunnen gemeenten niet failliet gaan, maar komen ze bij grote financiële problemen in de zogenoemde artikel 12-procedure terecht. In ruil voor een zekere inperking van de financiële autonomie krijgen ze een aanvullende uitkering boven op de normale uitkering uit het Gemeentefonds totdat de boel weer op de rails staat. ‘Alle gemeenten betalen dus aan de aanvullende uitkering mee’, zo staat op de website van de rijksoverheid.

Gemeenten die er financieel een puinhoop van maken, kunnen hun schuld dus afschuiven op burgers van andere gemeenten, wat een ‘artikel 12-route’ aantrekkelijk maakt. Onlangs vroeg de SP in Vlissingen het gemeentebestuur deze uitweg te nemen.

Dat is democratisch zeer ongewenst, want burgers worden zo financieel de dupe van het wanbeleid van politici uit andere gemeenten, die ze niet kunnen wegsturen. Sterker, ze hebben die politici niet eens gekozen! En diegenen die de rekening gepresenteerd krijgen, hebben ook geen enkele invloed op de samenstelling van het nieuwe bestuur.

Niet voor niets zijn in Duitsland de deelstaten Hessen en Beieren naar de hoogste rechtbank gestapt omdat ze niet langer willen meebetalen aan het financiële wanbeleid van andere steden en deelstaten.

Door de huidige crisis zullen steeds minder Nederlandse gemeenten hun begroting sluitend krijgen. Zelfs burgers die goede bestuurders kiezen bij de aankomende gemeenteraadsverkiezingen, zullen in de komende jaren geconfronteerd worden met hogere lokale en nationale belastingen, omdat wethouders in andere steden het slecht doen.

Als ‘klant’ hebben burgers weinig keus. Ze kunnen publieke goederen niet ergens anders inkopen of ze moeten verhuizen. Maar ze kunnen slechte bestuurders bij de eerstvolgende verkiezingen wel wegstemmen. Laat een gemeente daarom zelf de consequenties dragen van een falend beleid. Dan maar minder voorzieningen of – in het uiterste geval – een faillissement. Als ze haar problemen kan afschuiven op andere gemeenten, gaat de democratie failliet en dat is nog erger.

Column: Zet een werkloze op de lijst

De crisis heeft diepe wonden geslagen in veel lokale gemeenschappen en menig gezin. De werkloosheid in Nederland is nu boven de acht procent. Dat is lager dan het Europees gemiddelde, maar dat zal de ruim 700.000 Nederlandse werklozen weinig kunnen schelen.

Voor politieke partijen in gemeenten biedt deze werkloosheid echter een kans. De verkiezingen van maart 2014 naderen met forse schreden en politieke partijen zijn op lokaal niveau druk bezig met het maken van het partijprogramma en het samenstellen van de kandidatenlijst.

Decennialang klaagt men al over de kwaliteit van het lokale bestuur en veel afdelingen van politieke partijen hebben moeite met het vinden van geschikte kandidaten. Dat komt gedeeltelijk doordat opstellers van kandidatenlijsten geen headhunters in dienst kunnen nemen om kopstukken in de stad of het dorp te benaderen met de vraag of ze interesse hebben in een politieke carrière. Daardoor blijft de rekrutering van politiek personeel vaak hangen in het rondkijken in eigen netwerk. De Nederlandse politieke elite is daardoor een bolwerk geworden van ‘schoolmeesters en ambtenaren’, zoals de werkgeversverenigingen al eerder constateerden.

In plaats van een oproep plaatsen in het partijkrantje, wat natuurlijk tot nog meer politieke inteelt leidt, moeten politieke partijen bij het UWV langsgaan. Hoe moeilijk kan het zijn om de profielschets die kandidaatstellingscommissies gemaakt hebben te leggen langs de kenmerken van geregistreerde werklozen? Daar moeten toch goede matches uit komen!

Omdat dat idee waarschijnlijk afketst op de privacywetgeving, moeten partijen zelf actief op zoek naar kundige mensen met ervaring in verschillende gremia van de samenleving. Al die ondernemers die het afgelopen jaar failliet zijn gegaan, en al die getalenteerde jonge mensen die op zoek zijn naar een uitdagende baan vormen een poel van potentieel politiek talent.

Het zou goed zijn als de economische crisis leidt tot een toestroom van fris bloed in de nieuw te vormen fracties. Maar ik vrees dat er weinig verandert. Oude vormen en gedachten sterven niet snel en partijen zullen veelal hetzelfde doen als vier, acht en twaalf jaar geleden.

Kent u dus een getalenteerde werkloze in uw naaste omgeving, wijs haar of hem dan op deze geweldige kans om de lokale politiek een nieuwe impuls te geven.

Column: Regels

Eind juni luidde MKB Nederland de noodklok. Na onderzoek in 163 gemeenten stelt de organisatie dat de regeldruk waaronder veel ondernemers gebukt gaan nog altijd niet is verminderd, ondanks jarenlange beloften.

Nu klagen Nederlanders, en vooral ondernemers, graag en veel. En het is wat hysterisch van het MKB om zo direct een relatie te leggen tussen het aantal faillissementen en de regeldruk. Het onderzoek is uitgevoerd met een zeer beperkte vragenlijst (19 vragen) en veel gemeenten hebben die niet ingevuld.

We hebben dus geen volledig en duidelijk beeld, maar allemaal kennen we voorbeelden van overdreven overheidsbetutteling. In veel gemeenten moeten kroegeigenaren angstig om zich heen kijken of er niet iemand staand bier drinkt, of zich een paar centimeter buiten de terrasafbakening begeeft. In Maastricht en Utrecht kan dit tot sluiting van je café leiden. Belachelijk, maar regels en handhaving zijn wel nodig want er zijn natuurlijk ook horecagelegenheden die wel voor flinke overlast zorgen.

Het MKB heeft wel één belangrijk punt: regelgeving komt van verschillende overheidslagen en is daardoor soms tegenstrijdig. Dat ondermijnt fundamentele principes van behoorlijk bestuur en doet het vertrouwen in de overheid dalen. Het probleem is dat als je naar de achtergronden en oorzaken kijkt, elke individuele regel op zichzelf vaak goed te verdedigen is. ‘Regelgroei’ treedt op omdat bij een probleem vaak meer regels worden gemaakt dan strikt noodzakelijk en deze regels vaak langer blijven bestaan dan nodig. Niemand is direct verantwoordelijk voor het opheffen van regels. En áls iemand dat probeert, komen snel de oude redeneringen weer op tafel waarom de regelgeving ooit in het leven is geroepen.

Maar het is helemaal niet duidelijk hoeveel regeldruk en regelgroei er nu eigenlijk is. Er is ook vrij veel wetenschappelijk bewijs dat sterke instituties en juridisch raamwerk juist zeer gunstig zijn voor economische ontwikkeling, omdat het ondernemers en kapitaal ook beschermt. Dus het MKB kan wel dreigen dat het de regeldruk tot inzet van de gemeenteraadsverkiezingen wil maken, maar dit onderwerp zal voor geen enkele kiezer doorslaggevend zijn. Het zou beter zijn als politieke partijen zich bij de komende verkiezingen gaan profileren op ‘regel-luwe’ zones, waar alleen de puur noodzakelijke regels gelden.
Mooi experiment of ‘minder regels’ écht zo goed is voor de economie.

Column: Weigerambtenaren

Een meerderheid van de Tweede Kamer wil een einde maken aan het fenomeen ‘weigerambtenaar’. Volgens homobelangenorganisatie COC zijn er momenteel nog 88 weigerambtenaren actief, verspreid over 48 gemeenten.

Als de nieuwe wet wordt aangenomen, kunnen gemeenten geen nieuwe weigerambtenaren meer aanstellen, waardoor het fenomeen via natuurlijk verloop zal verdwijnen. Vanzelfsprekend roepen christelijke partijen moord en brand over dit ‘beroepsverbod’ voor gewetensbezwaarden.

Het gaat overigens niet alleen over homohuwelijken. Ook elders nemen ambtenaren veel ruimte voor een eigen interpretatie van de wet of gaan ze zelfs direct in tegen democratisch genomen landelijke besluiten. In veel links en libertair georiënteerde gemeenten blijven bestuurders en ambtenaren steun verlenen aan de opvang van uitgeprocedeerde asielzoekers en werken ze vaak maar mondjesmaat mee aan uitzetting. Ook bij de discussie rond de strafbaarstelling van illegaliteit lieten velen in het openbaar bestuur weten hier niet aan mee te zullen werken.

Het debat kent minimaal drie belangrijke politieke en democratische spanningen. Ten eerste: kan een meerderheid haar wil opleggen aan een minderheid met diepgevoelde overtuigingen? En ten tweede: mag een ambtenaar zelf bepalen – op basis van private overtuigingen – welk deel van de democratisch tot stand gekomen wetgeving hij of zij wel of niet wil uitvoeren? Moet iemand die de bestaande wetgeving niet accepteert, wel in het openbaar bestuur gaan werken? Ten derde: mag een gemeente – vanuit het oogpunt van representatie – de meerderheidsovertuiging van de lokale bevolking laten prevaleren boven de nationale meerderheid?

Vanzelfsprekend is de verontwaardiging van veel gelovigen hypocriet. Vanuit religieuze overtuiging is wetgeving tot stand gekomen die gelovigen privileges geeft of extra beschermt, denk bijvoorbeeld aan door de staat gefinancierd onderhoud van religieuze gebouwen en de nog steeds bestaande blasfemie-wetgeving, waarin onderscheid wordt gemaakt tussen krenking van godsdienstige gevoelens en andere soorten van belediging.

Mensen die bezwaar hebben tegen het homohuwelijk kunnen natuurlijk nog gewoon de overheid dienen, ze kunnen alleen geen trouwambtenaar worden. En als mensen bezwaar hebben tegen strafbaarstelling van illegaliteit of het uitzetten van asielzoekers, dan zijn er natuurlijk altijd andere functies en afdelingen binnen het gemeentebestuur. Als we ambtenaren allemaal zelf laten bepalen welke wetgeving wel en niet wordt uitgevoerd, worden de democratie en de rechtsgelijkheid uitgehold.

Column: Stuurloos dobberen

Bestuurlijke vernieuwing in Nederland zit op een dood spoor. Het nieuwe kabinet, met minister Ronald Plasterk voorop, ontbeert een duidelijke visie op het openbaar bestuur. Het enige waar de minister op hamert, is bezuinigen door schaalvergroting, samenvoegingen, reorganisaties en het overhevelen van taken naar gemeenten.

En nu weten we ook dat Plasterk eigenlijk geen moer geeft om de lokale politiek. Hij weigert regulier te overleggen met lokale partijen, verenigd in de VPPG. Op gemeentelijk niveau is dat de grootste partij van Nederland. Plasterk schoffeert niet alleen duizenden mensen die met hart en ziel actief zijn in de lokale politiek, hij zet ook een groot aantal kiezers aan de kant die nog wel de gang naar de stembus maken bij gemeenteraadsverkiezingen.

Daarnaast zwabberen het kabinet en Plasterk rond de voorgenomen megaprovincie in het westen. Het voortdurend verschuiven van taken en bevoegdheden zonder duidelijke richting is niet alleen politiek verwerpelijk, maar creëert ook democratische problemen. Het risico bestaat dat burgers straks niet meer weten wie ze moeten aanspreken. Bestuurders kunnen naar elkaar wijzen en zeggen dat ze nog niet verantwoordelijk waren of het niet meer zijn.

De conclusie van SCP-voorman Paul Dekker dat Nederland nog altijd een ‘vertrouwensmaatschappij’ is, is een vreemde interpretatie van de cijfers. Niet alleen is het vertrouwen in het openbaar bestuur sinds de millenniumwisseling aan een duikvlucht bezig, ook concentreren het wantrouwen en ongenoegen zich bij een specifiek, maar aanzienlijk deel van het electoraat. Vooral onder de aanhang van de PVV en SP zijn deze cynici te vinden.

Een kleine dosis wantrouwen ten opzichte van de politiek is nuttig, want dan blijf je machthebbers kritisch volgen. Maar een flink deel van de Nederlanders heeft sterk het gevoel dat Nederland zich in een verkeerde richting ontwikkelt, het goede voor altijd verloren is gegaan en dat politici met opzet de boel kapotmaken.

Visieloze kabinetten en zwalkende ministers bevestigen het beeld dat politici ook niet meer weten waar het heen moet. Dit is geen oproep om valse daadkracht, maar om een heldere visie, waarin het goede wordt behouden. Plasterk dus gewoon om tafel met de VPPG en met deze en andere betrokkenen een richting uitzetten in plaats van stuurloos dobberen.

Column: Ultra-monisme

Het waren bizarre weken voor de Nederlandse democratie. Terwijl staatssecretaris Jetta Klijnsma haar eigen kabinet afvalt over de strafbaarheid van illegalen, verdedigt ‘volksvertegenwoordiger’ Diederik Samsom het kabinetsstandpunt. En Frans Weekers mag aanblijven, want beide regeringspartijen gingen pal voor de staatssecretaris liggen, die het vertrouwen van bijna alle oppositiepartijen heeft verloren.

Dit zijn slechts twee recente voorbeelden van het absurde ultra-monisme in Nederland, dat ook in gemeenten de controle over de uitvoerende macht verzwakt. Omdat de uitvoerende macht (kabinet of B en W) voortkomt uit de wetgevende macht (parlement of gemeenteraad), zijn de twee machten totaal met elkaar vervlochten.

Slechts weinig volksvertegenwoordigers durven hun ‘eigen’ minister of wethouder af te vallen. Het ultra-monisme wordt nog versterkt doordat politieke partijen in Nederland bijna Noord-Koreaanse controle hebben over wie er op de lijst komt te staan bij verkiezingen. Al te kritische Kamerleden of raadsleden kunnen dus makkelijk van de lijst worden afgevoerd. Als volksvertegenwoordiger wordt je politieke leven bepaald door loyaliteit aan de (lokale) partijtop, niet door de kwaliteit van het kritisch optreden in parlement en raad.

Het naïeve idee dat je binnen dit Nederlandse ultra-monisme een ‘dualisering’ kunt doorvoeren, is logischerwijze uitgelopen op een fiasco. Dat is niet alleen de conclusie van deskundigen, ook tweederde van de raadsleden zelf zegt dat de ‘dualisering’ totaal is mislukt. De originele weeffout van de Nederlandse democratie is blijven bestaan en zolang we deze vervlechting van wetgevende en uitvoerende macht niet ontknopen, blijft het gerommel in de marge.

Eén oplossing is versterking van de volksvertegenwoordigers door een deel van hen rechtstreeks te laten kiezen, zoals onze oosterburen doen. Volksvertegenwoordigers met een eigen mandaat van het volk zijn niet langer totaal afhankelijk van de partijtop voor hun politieke overleving en kunnen veel kritischer controleren.

Of verander de ongelijke machtsverhouding tussen een raadslid – die vaak zonder enige ondersteuning zijn of haar werk moet doen – en een wethouder met een hele batterij aan ambtenaren. Idioot dat wij onze volksvertegenwoordigers solo laten aanploeteren, terwijl we machthebbers omringen met een professionele verdedigingslinie vol kennis en middelen.
Of haal de twee machten echt uit elkaar, elk met een eigen mandaat. Laat gemeenten experimenteren met daadwerkelijk dualisme en echte democratie, waarin burgers zowel hun raadsleden als wethouders rechtstreeks kiezen.

Column: Royale democraat

Bij haar afscheid leerde Beatrix alle tegenstanders van de monarchie een lesje. Haar afscheidsspeech was een overtuigende uiteenzetting hoe een ongekozen staatshoofd naadloos ingepast kan worden in een democratie.

De koning zweert trouw aan de Grondwet, die democratisch tot stand komt via het parlement. En de koning tekent alle wetten die het parlement maakt. En dan is er de ministeriële verantwoordelijkheid, die feitelijk een politiek veto op het handelen van de koning betekent.

Het tweede deel van Beatrix’ speech was een lesje in tolerantie en openheid. De koningin legde haarfijn uit hoe iedere democraat open moet staan voor andere levensbeschouwingen en religieuze opvattingen. Dat is volgens haar niet alleen de kern van de Nederlandse volksaard, maar ook een noodzakelijke voorwaarde voor vooruitgang.

Natuurlijk mocht Nederland zich gelukkig prijzen met een staatshoofd met dergelijke opvattingen. Maar het blijft problematisch dat ons staatshoofd altijd uit dezelfde familie komt. Het kan immers gebeuren dat de koning een wet weigert te tekenen omdat die hem of haar niet welgevallig is. In ons buurland abdiceerde Boudewijn voor één dag, omdat hij weigerde de abortuswet te tekenen. Dat is toch een zeer sterk politiek signaal, waarmee iedere koning in elk geval kan dreigen.

Daarnaast is er de informele invloed. En die was gigantisch bij Beatrix. Er was niemand met zoveel politieke ervaring in ons politieke bestel. En met een approval rate van bijna tachtig procent was zij met ruime voorsprong de meest geliefde politieke kracht in ons land, en veruit de meest legitieme politieke institutie. In een een-op-eengesprek met de minister-president had zij dus elke week machtige wapens in handen.

Gekozen vertegenwoordigers zijn zich al lang bewust van het democratische probleem dat ons koningshuis vormt, maar het parlement is er pas zeer recent in geslaagd de politieke rol van het staatshoofd in te perken. De koning mag niet langer het voortouw nemen in de coalitieonderhandelingen en de (in)formateur wordt nu benoemd door het parlement en legt daar ook verantwoording af.

Met kleine stapjes nemen we de koninklijke familie haar politieke privileges af en wordt de rol van het ongekozen staatshoofd meer ceremonieel. En zo hoort dat ook in een democratie.

Column: Het voordeel van de crisis

Deze week eiste de VNG een gesprek met het kabinet en socia-le partners over het net afgesloten ‘Sociaal Akkoord’. De VNG vreest dat dit akkoord ernstige financiële gevolgen heeft voor de Nederlandse gemeenten, want er komen flinke verschuivingen in de verdeling van verantwoordelijkheden.

Gemeenten krijgen steeds meer op hun bordje. Zo bleek deze week dat ze meer moeten doen om jongeren te identificeren die mogelijk als jihadstrijders naar Syrië willen. Maar wie dat allemaal gaat betalen, blijft onduidelijk.
Het kabinet-Rutte 2, dat regelmatig maatregelen voorstelt zonder duidelijke doorrekening, geeft volgens de VNG ook dit keer geen openheid over waar de lasten terechtkomen. De vereniging voelt de bui al hangen: gemeenten draaien op voor onder andere het optuigen van werkbedrijven en (re-)integratie van gehandicapten op de arbeidsmarkt.
Deze maatregelen passen naadloos in de reeds ingezette lijn om zo veel mogelijk taken naar de gemeenten over te hevelen, zonder deze hierbij van de benodigde extra middelen te voorzien. Het is tenslotte crisis. Eerder – in mijn column ‘Meer voor Minder’ – schreef ik al over de schadelijke gevolgen hiervan. Maar er is ook een voordeel aan dit proces.
De golf aan extra bevoegdheden, zonder bijpassend aanvullend budget, dwingt politieke partijen in alle gemeenten tot het maken van duidelijke, fundamentele keuzes. Doorgaans kijken maar weinig kiezers reikhalzend uit naar de gemeenteraadsverkiezingen. Niet in de laatste plaats omdat zij de partijen in hun gemeente als ‘één pot nat’ beschouwen. De brede coalities in veel gemeenten, vaak bestaand uit alle grote traditionele partijen, versterken dit beeld.
De nieuwe financiële uitdagingen waarmee gemeenten nu worden geconfronteerd, kunnen eenvoudig leiden tot een polarisatie op sociaal-economische thema’s: politieke partijen worden door de steeds schaarsere middelen gedwongen heldere en vooral principiële keuzes aan de kiezers voor te leggen. Verhogen we de ozb om sociale voorzieningen in stand te houden of gaan we stevig bezuinigen om lastenverzwaring te voorkomen? Snijden we in cultuur of in wegenaanleg? De traditionele links-rechtstegenstelling wordt volgend jaar actueler dan ooit.
Bij de verkiezingen van 2014 zullen de ideologische verschillen tussen partijen duidelijker zichtbaar worden. Er valt straks voor inwoners van uw gemeente echt wat te kiezen. Met dank aan de crisis.

Column: Stemmen ronselen

De sociaaldemocratische vicepremier Lodewijk Asscher is ‘geschrokken’ van een brief van Marokkaanse organisaties die dreigen hun achterban op te roepen niet langer PvdA te stemmen. Steen des aanstoots is Asschers voornemen om het exporteren van kinderbijslag en uitkeringen voor nabestaanden naar Marokko te stoppen.

De brief, ondertekend door GroenLinkser Mohamed Rabbae, spreekt het linkse geweten van de PvdA aan door te wijzen op het lage inkomen van de Marokkaanse bevolking. Rechtse politici zijn voorstander van de korting omdat zij menen dat Marokkanen luxe zomerhuizen financieren met Nederlandse kinderbijslag en uitkeringen.
Of je Asschers kortingen op de uitkeringen van kinderen en nabestaanden in het buitenland nu rechtvaardig vindt of niet, het zal de PvdA zwaar opbreken bij de gemeenteraadsverkiezingen volgend jaar.
Kiezersonderzoek laat zien dat het overgrote deel van de niet-westerse allochtonen PvdA stemt. Bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen was dat ruim de helft en in 2006 was het percentage nog hoger. In Amsterdam stemde driekwart van de Marokkanen op de PvdA. En dat is zeker niet uit volle overtuiging. Een groot deel van de Marokkaanse bevolking heeft veel conservatiever denkbeelden dan de progressieve PvdA, denk maar aan homoseksualiteit en de positie van vrouwen. Marokkanen stemmen op de PvdA vanwege hun sociaal-economische standpunten en hun steun aan de Marokkaanse belangengroepen.
En precies daarop viel Asscher de Marokkaanse organisaties aan. De vicepremier vond de suggestie dat de Marokkaanse gemeenschap op advies en bloc op een bepaalde partij stemt, ‘bevoogdend’. Maar onderzoek van UvA-hoogleraar Jean Tillie en collega’s laat overduidelijk zien dat allochtonen, vooral Marokkanen, via maatschappelijke organisaties en moskeeën politiek worden gemobiliseerd.
Allochtoon kiesgedrag is te categoriseren als ‘cliëntelistisch’: in ruil voor directe financiële steun aan organisaties mobiliseren die hun achterban. In Amsterdam, Den Haag en vooral Rotterdam voert de PvdA daarom tot in de moskeeën campagne. Dat mag, dat doet de ChristenUnie ook in kerken. Maar als Asscher het ronselen van stemmen door middel van financiële en politieke steun aan maatschappelijke organisaties moreel verwerpelijk vindt, moet hij eerst zijn eigen PvdA tot de orde roepen.