Laatste projecten

oekraine-kieskompas

Stemhulp voor het Oekraïne-
referendum 2016

Referendum over de
associatieovereenkomst
EU-Oekraïne

usa-kieskompas

Stemhulp voor Amerikaanse verkiezingen 2016

Voor zowel de voorverkiezingen als de presidentiele verkiezingen van de Verenigde Staten heeft Kieskompas een stemhulp ontwikkeld waarbij...

UK-eletions

Stemhulp voor Britse verkiezingen 2015

Kieskompas heeft voor de verkiezingen van de Verenigd Koninkrijk..

israel-last-project

Stemhulp voor Israëlische verkiezingen

Voor de derde keer heeft Kieskompas een tool gemaakt voor de Israëlische verkiezingen.

debat

Levend Kieskompas
in de Klas

Kieskompas presenteert een uniek en vernieuwend concept voor middelbare scholen: Levend Kieskompas in de Klas.

Alles

Nieuws

Column André

Column: Onverantwoord lekken

 

De overheid moet open, transparant en eerlijk zijn. Burgers hebben recht op informatie over wat er met belastinggeld gebeurt en moeten hun overheid kunnen vertrouwen. Als burgers er om vragen moeten zij de juiste en volledige informatie krijgen over politieke besluiten. Maar moet willekeurige overheidsinformatie ook ongevraagd openbaar worden?

In navolging van WikiLeaks is er in Nederland nu ook een website waar interne documenten van gemeenten en provincies zullen worden geplaatst. De drijvende kracht achter deze website opennu.nl is de Bredase SP-er Spekkers. En daar zien we het eerste probleem. Spekkers heeft zowel in de VS als in Nederland in de gevangenis gezeten voor oplichting, maar heeft zijn leven gebeterd en is nu actief voor de SP. Spekkers is heel open over zijn criminele verleden, maar welke garanties heeft iemand die hem ‘geheime’ documenten stuurt? Vanwege ‘belangenverstrengeling’ is Spekkers niet langer SP-raadslid. Dat is jammer, want we kennen de SP als een organisatie met tucht, idealistische bevlogenheid en een strenge leiding. Dat Spekkers nu alleen opereert stelt mij juist minder gerust, niet meer.

De VS zullen precies deze aanklacht inbrengen tegen Julian Assange van WikiLeaks: hij had documenten met geheime informatie ook kunnen doorgeven of verkopen aan minder frisse regimes. Ook Spekkers kan documenten die u hem stuurt doorverkopen aan minder betrouwbare types. En wat garandeert ons dat Spekkers dat niet doet? Ik heb even op opennu.nl gekeken bij mijn eigen gemeente Amsterdam, maar er staat nog niets op. Volgens Spekkers gebeurt dat ‘op korte termijn’.

Nu brengt het lekken van lokale informatie niet direct de nationale veiligheid in gevaar, maar er is een dieper probleem met het willekeurig naar buiten brengen van informatie. Ambtenaren en bestuurders zullen door een grotere kans op het lekken van informatie juist minder open worden. Immers, als dreigt dat je ambtsberichten of notities naar buiten worden gebracht, zul je als ambtenaar minder openhartig schrijven. En ook in vertrouwelijke gesprekken zullen politici en ambtenaren beter op hun tellen passen, waardoor cruciale informatie wellicht niet op tafel komt. Geheimhouding kan ook nuttig zijn: bijvoorbeeld als een gemeente niet volledig open is over het beschikbare budget voor een project. Externe marktpartners die deze kennis in handen krijgen, zullen immers het maximale bedrag vragen in hun offertes. We moeten ons dus afvragen of het afdwingen van totale openheid van overheden opweegt tegen deze mogelijke kosten.

Column: Partijen in crisis

De perikelen rond de PVV-fractie maken duidelijk hoe belangrijk het is dat politieke partijen de juiste personen rekruteren als volksvertegenwoordiger. Sommige politicologen ontkennen dat onze democratie in crisis verkeert omdat politieke partijen de belangrijkste functies nog goed vervullen: het managen van politieke crises, het vormen en instandhouden van regeringen, het voeren van campagnes en het communiceren van de politieke boodschap.

Ik betwijfel of partijen deze functies goed vervullen. Het laatste decennium hebben we vijf kabinetten gehad, waarvan er zelfs één binnen drie maanden viel. Burgers weten steeds minder waar politieke partijen voor staan, dus de boodschap wordt niet goed uitgedragen. Maar het verhaal over versterkte functies van partijen gaat vooral mank omdat de meest cruciale functie aan erosie onderhevig is.
De kernactiviteit van partijen is de rekrutering en selectie van politieke ambtsdragers. Binnen partijen heeft een zeer kleine ‘clique’ alle rekrutering van volksvertegenwoordigers en bestuurders in handen. Door deze besloten benoemingscultuur wordt vrijwel de gehele politieke en bestuurlijke elite eigenhandig door de politieke top van partijen geselecteerd. Van burgemeesters, commissarissen van de Koningin, ministers en staatssecretarissen tot leden van de raad van State, leden van allerlei adviesorganen en -commissies en de ambtelijke top.
Binnen de PVV gaat dat nog verder: Wilders beslist eigenhandig wie op de lijst komt. En dat gaat mis. Voor veel PVV-stemmers maakt het blijkbaar niet uit dat hun gekozen vertegenwoordigers zich misdragen en buren bedreigen, fraude plegen, vechten in kroegen en liegen over hun arbeidsverleden. Maar voor de democratie in het algemeen is het wel problematisch: van burgers kan moeilijk worden verwacht dat zij zich aan de wet en algemene regels van beschaving houden als volksvertegenwoordigers dat niet doen.
Ook op lokaal niveau hebben partijen steeds grotere moeite goede kandidaten te vinden, vooral door het sterk teruglopende ledental. Als de politiek in een slecht daglicht komt te staan, wordt het nog moeilijker goede mensen te vinden. Als de politiek in Nederland zo amateuristisch blijft, zal de crisis van de politieke partijen zich nog verder verdiepen.

Column: Op naar 40 gemeenten

 

Gisteren waren er verkiezingen in 29 herindelinggemeenten, maar de opkomst was historisch laag. Burgers voelen zich weinig betrokken bij het sluipende proces van steeds verdergaande schaalvergroting van Nederlandse gemeenten.
Rond 1848 waren er nog meer dan 1200 gemeenten en telde een gemiddelde Nederlandse gemeente 2.507 inwoners. Thans zijn er ongeveer 440 gemeenten, met gemiddeld 34.000 inwoners. De afgelopen 150 jaar verdwenen dus elk jaar 5 gemeenten. Deze constante schaalvergroting heeft plaats zonder duidelijk plan en meestal zonder burgers te raadplegen, want als je burgers per referendum vraagt of hun gemeente mag verdwijnen, zegt de overgrote meerderheid standaard NEE! Moet deze schaalvergroting dan wel doorgaan, veelal tegen de wil van de lokale bevolking?

Terwijl burgers het liefst vasthouden aan een kleine gemeenschap, lijken alle grote partijen voorstander van schaalvergroting en meer bevoegdheden voor gemeenten. Het belangrijkste argument is dat lokale bestuurders het dichtst bij de burger staan en daarom beter kunnen inschatten welke behoeften inwoners hebben. Daarnaast hebben burgers een sterkere binding met hun gemeente dan met bestuurlijke tussenlagen zoals provincies en waterschappen. Maar gaan deze voordelen niet verloren als gemeenten steeds groter worden door samenvoegingen?
Niet per definitie: in de grootste gemeenten van Nederland – zoals Amsterdam en Rotterdam – hebben veel burgers een sterke lokale identiteit en hechte band met hun stad. In grote steden zijn de media vaak professioneler, waardoor burgers de politiek kunnen volgen. In veel kleine gemeenten is er geen enkele journalist meer die rapporteert over politieke besluiten.
Er bestaat simpelweg geen ideale grootte voor een stad, want in kleinere gemeenten leg je misschien makkelijker direct contact met een bestuurder, maar grotere gemeenten hebben vaak een stevigere maatschappelijke en politieke oppositie. Bovendien zijn er genoeg voorbeelden van kleine gemeenten waar grote regenten aan de macht zijn die weinig tegenspraak en inspraak dulden.
Een ander veelgehoord argument voor grotere gemeenten met meer bevoegdheden is dat deze ook beter opgewassen zijn tegen krachtige marktpartners.
De schaalvergroting moet dus doorgaan. Het is onbegrijpelijk dat de VNG daarvoor geen vergezichten meer durft te schetsen. Waarom kiest ze niet gewoon voor 40 tot 60 krachtige gemeenten?

Column: Beroepspolitici

In het VNG Magazine van 5 november staat een onderzoek van Peter Castenmiller en Marcel van Dam naar wethouders ‘van buitenaf’. De mogelijkheid om wethouders van buiten de gemeente te ‘importeren’ bestaat sinds 2002 en was onderdeel van de zogenoemde ‘dualisering’. Ik heb mij altijd afgevraagd hoe je de binding tussen burgers en politici kunt verbeteren door wildvreemden het stadsbestuur binnen te halen, maar heb daar nooit een antwoord op gekregen.

Verdedigers van het aanstellen van wethouders ‘van buitenaf’ stellen dat je door deze maatregel politiek talent in een andere gemeente kunt hergebruiken. Het nadeel dat daarmee een kaste ontstaat van beroepsbestuurders die van gemeente naar gemeente hopt, wordt ook in het eerder genoemde onderzoek geconstateerd.

De geringe betrokkenheid van deze hoppende wethouders bij hun nieuwe woonomgeving maakt hen kwetsbaar. Hoe kunnen wethouders die nog nooit in deze gemeente hebben gewoond de inwoners ervan overtuigen dat de door hen genomen maatregelen goed zijn? Burgers kunnen dan heel makkelijk roepen dat de buitenstaander niet weet wat de lokale problemen en noden zijn. Ook zijn deze wethouders kwetsbaar omdat ze in een nieuwe politieke omgeving komen waar ze de verhoudingen eerst moeten leren kennen. Op het eerste gezicht lijkt de schade mee te vallen. Uit eerder onderzoek is niet gebleken dat wethouders van buitenaf vaker sneuvelden dan wethouders die wel uit de lokale gemeenschap voortkwamen. Maar zijn ze wel effectiever en krijgen ze meer voor elkaar?

Natuurlijk kunnen wethouders die wel uit de lokale politiek voortkomen ook in de problemen komen, bijvoorbeeld omdat allerlei politieke krachten nog oude rekeningen willen vereffenen. En in sommige omstandigheden – bijvoorbeeld bij langdurige conflictsituaties – is het goed om een frisse blik van buiten naar binnen te halen. Ook bij democratische experimenten kan het nuttig zijn: zelf heb ik als formateur in Almere in 2006 ook twee wethouders van buitenaf aangezocht, omdat ik iets nieuws wilde proberen: één wethouder die twee partijen vertegenwoordigde (in dit geval CU en CDA) en dus meer boven de partijen kon staan.

Het probleem met van buiten benoemde wethouders blijft echter dat het de regentenmentaliteit in Nederland versterkt. Politieke partijen kunnen zo hun politieke talenten op andere plekken ‘benoemen’, zonder dat deze democratisch gelegitimeerd zijn door de lokale bevolking. Als alternatief zou het goed zijn gemeenten ook te laten experimenteren met direct door de bevolking gekozen wethouders en dan eens goed onderzoek te doen naar deze twee typen bestuurders: de benoemde beroepsbestuurders versus de lokaal gekozen wethouders. Pas als bewezen is dat het openbaar bestuur een kwalitatieve impuls krijgt van benoemde beroepspolitici kun je dit soort ondemocratische praktijken rechtvaardigen.

Column: Snoeien

Met het afleggen van de regeringsverklaring begon het kabinet-Rutte deze week aan zijn onzekere bestaan: het eerste kabinet sinds de Tweede Wereldoorlog dat voor zijn overleving afhankelijk is van gedoogsteun. De gedogende partij van Wilders heeft het hervormingsbeleid dat de VVD voorstond op de arbeidsmarkt en de verzorgingsstaat, al vakkundig de nek omgedraaid. Deze regering zal ook het openbaar bestuur niet hervormen. Het regeerakkoord staat vol simplistisch anti-overheidspopulisme: ‘minder ambtenaren, minder bestuurders en minder regels’. Botweg roepen dat er minder ambtenaren nodig zijn, is totaal visieloos. In Denemarken heeft de gedogende anti-immigratie partij meer inhoud. Die Deense Volkspartij houdt al zeven jaar lang een rechtse minderheidsregering overeind en steunde in 2004 een verregaande herschikking van taken tussen de verschillende bestuurslagen.

In ons land is het belangrijkste probleem niet de ‘bestuurlijke obesitas’, maar het grote aantal tussenlagen. Er zijn inhoudelijke redenen om te snoeien in die tussenlagen: zij leggen geen democratische verantwoording af aan volksvertegenwoordigers en leiden tot een ondoorzichtige bevoegdhedenstructuur. Al die gelaagdheid maakt het voor burgers onmogelijk na te gaan wie eigenlijk verantwoordelijk is voor een besluit. Daardoor kunnen zij hun democratisch burgerschap niet goed uitoefenen. Wie moet je naar huis sturen in een verkiezing, als uiteindelijk niemand echt verantwoordelijk is?

In een tijd dat burgers hun vertrouwen in de overheid verliezen, moet een regering niet mee-‘bashen’, maar een visionair alternatief ontwikkelen. Door bestuurslagen op te heffen of samen te voegen ontstaan scherpere verantwoordelijkheden en betere mogelijkheden voor democratische controle. Vooral bestuurslagen waarmee burgers weinig binding hebben en die niet zijn gelegitimeerd door verkiezingen, dienen te verdwijnen.

Ten tweede moeten bestuurders een eigen mandaat en duidelijke bevoegdheden krijgen, inclusief belastingheffing. Immers, het democratische uitgangspunt ‘no taxation without representation’ geldt ook in omgekeerde volgorde: geen bestuurders en volksvertegenwoordigers laten verkiezen die geen eigen belastingbevoegdheden hebben en dus onmogelijk hun verkiezingsbeloften waar kunnen maken en niet de volle verantwoordelijkheid kunnen nemen voor hun besluiten. Als Rutte het openbaar bestuur vanuit die democratische visie hervormt, kan hij zijn ideologische betovergrootvader Thorbecke recht in de ogen kijken!

Column: Dualisme

 

Al maanden kijkt het volk machteloos naar het moeizame proces van coalitievorming. Verkiezingen in Nederland kennen geen echte uitslag. Nadat kiezers de volksvertegenwoordigers hebben aangewezen, gaan deze wetgevers aan de slag met de vele coalitiemogelijkheden en presenteren uiteindelijk één van alle mogelijke opties als de enig juiste. Dit monisme – een uitvoerende macht die rechtstreeks voortkomt uit de wetgevende macht – heeft een verlammende werking op het politieke debat en op de democratische controle en verantwoording. Gedetailleerde coalitieakkoorden en veelvuldig overleg van de coalitiepartijen verstikken een open gedachtewisseling tussen bestuurders en volksvertegenwoordigers.

In gemeenten en provincies is gepoogd deze verstikkende wurggreep van de wetgevende op de uitvoerende macht te beëindigen. Maar de zogenaamde ‘dualisering’ is slechts een kunstmatige scheiding van twee organen die volkomen met elkaar verknoopt blijven, zolang we vasthouden aan het huidige parlementaire systeem. In gemeenten en provincies komen wethouders en gedeputeerden nog steeds voort uit een vaak willekeurige kongsi van winnende en – niet zelden – verliezende partijen. Tot enkele jaren geleden waren wethouders en gedeputeerden zelfs lid van de volksvertegenwoordiging. De ontknoping van bestuurders en wetgevers blijft halfslachtig, zolang de uitvoerende macht geen eigen mandaat van het volk heeft.

Echte dualisering vereist invoering van het ‘presidentiële’ principe van een ‘separate origine’, waarbij bestuurders een eigen mandaat van het volk krijgen. Vanzelfsprekend moeten de verworvenheden van de consensusdemocratie, zoals coalitieregeringen met meer partijen en een breed draagvlak, worden behouden. In een binnenkort te verschijnen rapport doet Leefbaar Rotterdam een zeer bruikbaar voorstel om zowel de burgemeester als een vast aantal wethouders rechtstreeks door het volk te laten kiezen. Zo blijft de uitvoerende macht een collectief en vermijden we het grootste gevaar van puur presidentialisme, waar alle macht aan één persoon wordt gegeven. Maar we creëren tegelijkertijd een krachtig bestuur van meer personen (en dus ook van verschillende politieke kleur), dat niet alleen verantwoording moet afleggen aan de volksvertegenwoordigers in de raad, maar ook tijdens verkiezingen aan het volk!

Column: Populisme

 

De afgelopen weken zagen we – live op tv – de ontwrichtende werking van het populisme op traditionele partijen. Het CDA is intern verscheurd over de omgang met populist Geert Wilders, maar ook binnen de VVD groeit het onbehagen. In tientallen gemeenten zitten populistische partijen in de raad, als we gemakshalve de PVV (twee gemeenten), Trots op Nederland (39 gemeenten) en Leefbaar-partijen (vijftien gemeenten) tot deze categorie rekenen. Ook sommige lokale partijen zijn populistisch, dus veel meer gemeenten hebben te maken met populistische politiek. Maar de ontwrichting gaat dieper dan partijpolitiek.

Populisten vergroten het wantrouwen in ‘de politiek’ door te generaliseren dat traditionele politici de maatschappelijke problemen opzettelijk negeren en de overtreders beschermen. We zagen ook dat populisten zich niet aan democratisch vastgelegde regels en politieke mores houden. Volgens populisten dienen die alleen maar om politici aan het werk te houden en de boel te vertragen. Rechtsstatelijke procedures om politieke en sociale minderheden te beschermen, staan – in de populistische visie – oplossingen voor echte problemen in de weg. Populisten zetten politici en ambtenaren neer als vijanden van het volk, terwijl de populistische leider daarentegen precies weet wat ‘het volk’ wil. Politiek vertrouwen wordt daardoor verplaatst van geobjectiveerde democratische regels en procedures naar personen. In deze ‘personalisering’ van vertrouwensrelaties schuilt een groot gevaar: als de populist faalt, zullen veel burgers het laatste restje vertrouwen in de politiek verliezen en als de populist slaagt, wordt het politieke systeem afhankelijk van een specifieke persoon.
Nog problematischer wordt het als de traditionele partijen de populistische retoriek overnemen en ook niet langer de rechtsstatelijke garanties voor minderheden verdedigen. Onterecht worden democratie – een tijdelijke meerderheid hebben – en rechtsstaat – een set regels waaraan ook machthebbers zich moeten houden – tegenover elkaar geplaatst. Op korte termijn biedt het populisme wellicht hoop voor teleurgestelde en boze kiezers, maar op de lange termijn ontwricht het populisme de precaire balans tussen democratie en rechtsstaat.

Kieskompas Gemeenteraadsverkiezingen trekt 1,1 miljoen bezoekers

Kieskompas Gemeenteraadsverkiezingen trekt 1,1 miljoen bezoekers

Het Kieskompas is tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 2010 in 62 gemeenten en 2 deelgemeenten ingezet en heeft in totaal meer dan 1,1 miljoen bezoekers getrokken.

In de kern bestaat het Kieskompas uit dertig duidelijke stellingvragen die de gebruiker eenvoudig kan beantwoorden. Na het invullen van de vragen wordt de gebruiker gepositioneerd in een overzichtelijk politiek spectrum te midden van alle deelnemende partijen aan de verkiezingen.

Het Kieskompas is ingezet in de gemeenten Achtkarspelen, Alkmaar, Almere, Alphen aan den Rijn, Amsterdam, Apeldoorn, Arnhem, Bergen (Noord-Holland), Bladel, Bunschoten, Capelle aan den IJssel, Castricum, De Bilt, Delft, Den Haag, Deventer, Doetinchem, Dordrecht, Drechterland, Dronten, Ede, Enschede, Epe, Haarlemmermeer, Harderwijk, Heemstede, Hellevoetsluis, Hilversum, Hoogeveen, Horst aan de Maas, Houten, Lansingerland, Leiden, Lelystad, Lochem, Maastricht, Nijmegen, Noordoostpolder, Oirschot, Oosterhout, Ouder-Amstel, Purmerend, Raalte, Rheden, Rijswijk, Rotterdam, Sittard-Geleen, Spijkenisse, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Valkenswaard, Veenendaal, Veere, Venlo, Wageningen, Wassenaar, Weert, Wijchen, Woerden, Zaanstad, Zeist, Zwolle, de deelgemeente Rotterdam IJsselmonde en het stadsdeel Amsterdam West.

Foto: Gemeente Veenendaal

Kieskompas Portugal online

Kieskompas Portugal online

In samenwerking met het Instituut voor Sociale Wetenschappen aan de Universiteit Lissabon, is het Kieskompas Portugal ontwikkeld en nu online beschikbaar. Dit Kieskompas wordt ingezet voor de Portugese parlementsverkiezingen van 27 september 2009.

Bij de vorige verkiezing van het Assemblée van de Republiek in 2005 was de Socialistische Partij de grote winnaar. In totaal leveren op dit moment vijf politieke partijen afgevaardigden aan het Portugese parlement. Bij de komende verkiezing, in de zomer of het najaar, zullen alle 230 zetels opnieuw worden verdeeld.

In Kieskompas nu ook bij Zweedse verkiezingen

In Kieskompas nu ook bij Zweedse verkiezingen

Ook Zweedse kiezers kunnen nu gebruik maken van het Kieskompas, die hen helpt bij hun partijkeuze op weg naar Zweedse parlementsverkiezingen op 19 september 2010.

VU-Politicoloog André Krouwel ontwikkelde samen met een team van Zweedse experts dit Kieskompas voor de grootste krant in Zweden, Aftonbladet. Net als in alle andere landen waar Kieskompas burgers inzicht geeft in de posities van politieke partijen op belangrijke issues, is ook in Zweden het politieke landschap in kaart gebracht.

Een team bestaande uit Zweedse politicologen en Kieskompas-medewerkers heeft de tien belangrijkste politieke partijen in het politieke landschap geplaatst op basis van hun verkiezingsprogramma. Bezoekers kunnen door het simpelweg beantwoorden van dertig vragen over actuele politieke onderwerpen in Zweden zien welke partij het dichtst de eigen politieke standpunten staat. Ook wordt gebruikers gevraagd de leiderschapskwaliteiten te beoordelen van de lijsttrekkers.

De huidige regering, onder leiding van premier Fredrik Reinfeldt bestaat uit vier centrum-rechtse partijen en is bekend onder de naam Alliantie voor Zweden. Tegenover dit centrum-rechtse verbond staat een ‘Rood-Groen’ alternatief, aangevoerd door de sociaal-democratische SAP van Mona Sahlin. Lange tijd stond de regeringscoalitie op fors verlies in de opiniepeilingen, maar de afgelopen maanden is een nek-aan-nek race ontstaan tussen de twee grootste partijen, en daarmee tussen de linkse en de rechtse coalitie. Mogelijk halen ook Zweedse Piratenpartij en het rechts-populistische Zweden-Democraten zetels in het parlement, de ‘Riksdag’.