Laatste projecten

oekraine-kieskompas

Stemhulp voor het Oekraïne-
referendum 2016

Referendum over de
associatieovereenkomst
EU-Oekraïne

usa-kieskompas

Stemhulp voor Amerikaanse verkiezingen 2016

Voor zowel de voorverkiezingen als de presidentiele verkiezingen van de Verenigde Staten heeft Kieskompas een stemhulp ontwikkeld waarbij...

UK-eletions

Stemhulp voor Britse verkiezingen 2015

Kieskompas heeft voor de verkiezingen van de Verenigd Koninkrijk..

israel-last-project

Stemhulp voor Israëlische verkiezingen

Voor de derde keer heeft Kieskompas een tool gemaakt voor de Israëlische verkiezingen.

debat

Levend Kieskompas
in de Klas

Kieskompas presenteert een uniek en vernieuwend concept voor middelbare scholen: Levend Kieskompas in de Klas.

Alles

Nieuws

Column André

Column: Politiek mijnenveld

 

Deze week stapte wethouder Dominic Schrijer van Rotterdam op na onenigheid met zijn eigen PvdA-fractie over de bezuinigingen. Het leven van wethouders is blijkbaar zwaar, want een jaar na de verkiezingen zijn al bijna vijftig wethouders opgestapt. Overigens is dat weinig in vergelijking met 2007, toen maar liefst 131 wethouders vertrokken, van wie ruim de helft om politieke redenen.

Er zijn ook veel wethouders die om persoonlijke redenen de politiek verlaten. Zijn zij onbezonnen aan deze zware baan begonnen? Of zien ze het wethouderschap uitsluitend als stap in hun carrière? Liberalen stapten vaker op uit persoonlijke motieven dan wethouders uit andere politieke stromingen. Christendemocraten zijn daarentegen doorgaans meer honkvast en zitten vaker hun regeerperiode uit. Er is kennelijk een zekere ideologische basis voor het gedrag van wethouders.

Is het slecht dat wethouders opstappen omdat ze elders een betere baan kunnen krijgen? Of is het juist goed dat deze carrière-georiënteerde burgers nog wel degelijk het nut zien van een – wellicht korte – politieke carrière?

De nadelen van een te snelle omloopsnelheid van bestuurders zijn duidelijk. De kwaliteit van openbaar bestuur neemt af, omdat iedere keer een nieuwe wethouder moet worden ingewerkt en veel kennis verloren gaat. De macht van ambtenaren neemt daardoor toe. Zij kunnen beslissingen temporiseren tot het moment dat het besluit meer kans maakt met een meer ‘gewillige’ wethouder. Ook is het slecht voor de democratische controle, als een wethouder het beleid van zijn voorganger moet verdedigen. Bovendien wordt het ambt minder aantrekkelijk, want je weet nooit welke ‘lijken in de kast’ je tegenkomt.

Er zijn natuurlijk ook voordelen van een grotere omloopsnelheid van bestuurders. Het is goed als er af en toe nieuw bloed en elan binnenkomt in een organisatie. We kennen allemaal voorbeelden van wethouders die te lang zitten. Zij domineren hun eigen partij en slaan het debat in de fractie dood. Ook staan zij vaak minder open voor kritiek vanuit de ambtenarij en andere partijen in de raad. Daarnaast dreigt het gevaar dat een lang zittende wethouder te veel verknoopt raakt met bepaalde commerciële partijen en een gemeente niet meer open kijkt naar nieuwe samenwerkingsverbanden. Met een nieuwe bestuurder wordt deze inertie doorbroken.

Een juiste mix tussen vernieuwing en ervaring is daarom ideaal, maar in een politiek mijnenveld heb je dat niet in de hand.

Column: Bestuurlijke loopgraven

Er is een onderhandelaarsakkoord over de nieuwe taakverdeling tussen de bestuurslagen. Uitgangspunt was kennelijk niet om tot transparanter en democratischer verhoudingen te komen. Van het voornemen om bestuurlijke drukte en diffuse verantwoordelijkheden te verminderen, is weinig overgebleven. Bestuurslagen hebben zich verschanst in hun loopgraven.

In de loop van de tijd is het ‘Huis van Thorbecke’ grondig vertimmerd. Het lijkt in de verste verte niet meer op de originele bouwtekeningen. Op de benedenverdieping – de gemeenten – zijn allerlei kamertjes gebouwd – de deelraden – en er is zonder bouwvergunning een entresol toegevoegd: de regiobesturen. Ik voorspel u dat pogingen van het kabinet deze op te heffen, op zware tegenstand zullen stuiten van alle bestuurders in Rotterdam en Amsterdam en alle regiobestuurders.

Op de tweede verdieping zijn twaalf kamers – de provincies – in onbruik geraakt. Niemand weet nog waartoe deze ook al weer dienden, maar omdat zij de origine van de Nederlandse staat vormen, durft niemand voor te stellen ze maar op te heffen.

Op de bovenverdieping van het huis – het Rijk – is al jaren mot over het nut van het behouden van een chambre de reflection oftewel de Eerste Kamer. Op zolder is een enorme verbouwing in volle gang, de Europese Unie, waarvan het eindresultaat onduidelijk is, omdat de architecten kibbelen over de uiteindelijke vorm en over de vraag of de verbouwing wel moet doorgaan.

Alle waterleidingen – de waterschappen – zijn vernieuwd, maar het lijkt wel of de loodgieters zonder technische tekening aan de slag zijn gegaan. En in het Bestuursakkooord worden deze waterleidingen nog eens extra belast, waardoor je je af kunt vragen of ze de druk wel aankunnen en niet tot flinke lekkage leiden.

De bewoners van het huis klagen steen en been. Door alle veranderingen kunnen zij de weg niet meer vinden en zijn er veel doodlopende gangen ontstaan. De bewoners beslissen graag mee over alle verbouwingen, maar de besturen houden burgers buiten de deur.

In het Bestuursakkoord zijn veel woorden nodig om uit te leggen dat geen bestuurslaag verdwijnt, maar dat men ‘efficiencywinst’ boekt door sommige bestuurslagen meer bevoegdheden te geven. Vooral de waterschappen krijgen er taken bij, terwijl slechts 24 procent van de kiezers de moeite nam om deze bestuurslaag te legitimeren tijdens de waterschapsverkiezingen. Het uitgangspunt van het Bestuursakkoord lijkt te zijn geweest: hoe minder legitimiteit een bestuurslaag heeft, hoe meer taken er naar toe gaan.

Column: Dualistisch dwangbuis

In Dongen is de SP geïmplodeerd. Zelfs met een kieslijst van 25 personen lukte het de lokale afdeling niet om de vier gewonnen raadszetels te vullen. De SP-wethouder stapte op omdat hij vindt dat ‘een wethouder politiek vertegenwoordigd hoort te zijn in de raad’.

Deze SP-er heeft een merkwaardige democratie-opvatting: hoezo kan hij alleen functioneren als hij een ‘eigen’ partij in de raad heeft? Een wethouder kan volgens ons staatsrecht gewoon blijven zitten zolang hij of zij voldoende steun heeft in de gehele raad. Steun van de eigen partij is formeel gezien niet eens noodzakelijk. Een wethouder zit er voor alle burgers, niet alleen voor de eigen partij.

Wat zich binnen de SP in Dongen afspeelt weten we niet, maar de twee problemen van het openbaar bestuur die in Dongen zo scherp aan het licht zijn gekomen, zien we ook in andere gemeenten.
Eerste probleem is het verval van politieke partijen, die steeds minder in staat zijn om voldoende, goede raadsleden te vinden. Van diegenen die wel bereid zijn zitting te nemen in de raad, haken velen voortijdig af omdat het raadswerk te veel tijd vergt.
Het tweede probleem is de verwarring over de politiek-bestuurlijke verhoudingen die is ontstaan door de zogenoemde ‘dualisering’. Het dualisme dwingt raadsleden ‘op hoofdlijnen’ te sturen in plaats van hun politieke passies en preoccupaties te volgen. Door die dualistische dwangbuis wordt de raad te veel een eenheidsworst van raadsleden die zich te veel richten op het interne vergadercircuit en minder op het contact met burgers. De vertegenwoordigende functie van raadsleden erodeert daardoor steeds verder.

Het falen van de ‘dualisering’ moet worden erkend en we moeten terugkeren naar zuiverder verhoudingen tussen burger, volksvertegenwoordiger en uitvoerend bestuur. Het Nederlandse systeem is te veel gericht op afspiegeling en te weinig op de vorming van een krachtig bestuur met een duidelijk mandaat.

Ontknoop de monistische kluwen die de ‘dualisering’ heeft veroorzaakt en laat gemeenten experimenteren met daadwerkelijk dualisme. Geef zowel raadsleden als wethouders een eigen politiek mandaat. Laat burgers hun wethouders rechtstreeks kiezen, in plaats van deze keuze over te laten aan een klein aantal fractieleden. Dan kan die Dongense SP-wethouder gewoon zichzelf kandidaat stellen en op eigen kracht besturen.

Column: Wie betaalt Verhagen, Rutte en Wilders?

Uit een internationaal rapport over de kwaliteit van democratieën blijkt dat Nederland opnieuw is gedaald in de wereldrangorde. Vooral de kwetsbaarheid van de Nederlandse democratie voor financiële beïnvloeding van buitenaf wordt gehekeld in het rapport. Nederland scoort op dit punt lager dan bijvoorbeeld Mexico en het Italië van Berlusconi. Ook nieuwe democratieën als Polen en Tsjechië hebben betere wetgeving op het gebied van partijfinanciering.

Al eerder wees de Europese Unie op de zwakke wetgeving ten aanzien van de inkomsten van partijen. Nederland is een van de weinige democratieën die het toelaat dat giften van personen en bedrijven anoniem blijven. Verder zijn in Nederland anonieme buitenlandse giften mogelijk. Dat is in geen enkele serieuze democratie gewenst. Het maakt de Nederlandse politiek uiterst kwetsbaar voor corruptie en ongewenste beïnvloeding van kapitaalkrachtige belangen van binnenuit en buitenaf.

Je zou denken dat alle alarmbellen afgaan bij onze parlementariërs. Maar bij de parlementaire bespreking van nieuwe wetgeving over partijfinanciën bleek deze week niets van enige urgentie.

Zoals te verwachten was de PVV als enige partij sterk gekant tegen het openbaar maken van de identiteit van gulle gevers. Uit journalistiek speurwerk weten we dat Wilders veel geld ontvangt van Amerikaanse anti-islamitische en zionistische organisaties. Hoeveel de PVV uit het buitenland krijgt, is niet geheel duidelijk en ook niet wat de verlangde tegenprestatie is.

Burgers moeten weten welke bedrijven en personen geld geven aan onze volksvertegenwoordigers, want de gulle gevers eisen natuurlijk wel dat de partijen die zij sponsoren bepaalde beleidsvoorstellen indienen of steunen. Voor wat, hoort wat!
Het is dus vreemd dat de gevestigde politieke partijen geen haast maken met betere wetgeving. Als burger vraag je je af wat deze politici te verbergen hebben. Het is hypocriet dat de overheid allerlei persoonlijke informatie over mij mag vastleggen en koppelen en mij te allen tijde om een identiteitsbewijs mag vragen, maar ik niet mag weten wie mijn volksvertegenwoordiger financiert. Dit juridische gat moet zo snel mogelijk worden gedicht.

Column: Sluimerend ongenoegen

Afgelopen week werd in Den Haag de Democratische Audit gepresenteerd, een uitgebreide rapportage over de staat van de Nederlandse democratie. Ruim vijftig politicologen en bestuurskundigen hebben aan het onderzoek meegewerkt – inclusief ondergetekende.

Vreemd genoeg is de algemene conclusie die werd gepresenteerd vrij positief. Zo is Nederland nog steeds een ‘high-trust country’, een land waar veel mensen in de overheid vertrouwen. Ook neemt nog steeds een overgroot deel van de burgers deel aan het politieke proces, tenminste op landelijk niveau.

Al jarenlang heb ik een zeer ‘unheimisch’ gevoel bij deze conclusies van mijn collega’s. De resultaten waarop deze zijn gebaseerd, zijn minimaal discutabel. De manier waarop sinds jaar en dag politieke ontevredenheid wordt gemeten, is volkomen gedateerd en leidt niet tot een goede analyse.

In opdracht van het ministerie van BZK deden Peter Castenmiller, Koen Abts en ik tijdens de periode van de gemeenteraadsverkiezingen ook onderzoek naar de politieke ontevredenheid. Wij gebruikten een uitgebreidere meting met meer vragen (twaalf in plaats van vier) en waren daardoor in staat de ontevredenheid scherper in kaart te brengen.

Uit ons onderzoek komt een minder rooskleurig beeld naar voren. Veel mensen hebben het vertrouwen in het systeem verloren, of hun vertrouwen is flinterdun en eenvoudig om te zetten in wantrouwen. Uit de Audit blijkt dat ook, maar het wordt enigszins weggeredeneerd. Er is een enorme dip in vertrouwen tussen 2001 en 2005 (een daling van het politiek-institutioneel vertrouwen van bijna zeventig naar veertig procent van de bevolking).

Na deze periode van Fortuynistische twijfel neemt het vertrouwen weer toe. Volgens een recent SCP-rapport hebben zelfs Wilders-stemmers nu een groeiend vertrouwen in parlement, regering en de democratie. Maar iedereen die als bestuurder of politicus burgers ontmoet weet dat velen van hen twijfel hebben over de werking van ons democratisch proces. Onder een flinterdunne laag van ‘voorwaardelijk vertrouwen’ borrelt en broeit het ongenoegen, en ieder moment kan dat giftige mengsel tot ontploffing komen. De sussende woorden van de Democratische Audit bezorgen mij eerder slapeloze nachten dan een geruststellend gevoel…

Column: Landelijke effecten niet te voorkomen

Bij de Provinciale Statenverkiezingen ging bijna tien procent meer kiezers naar de stembus dan vier jaar geleden. Een veelgehoorde verklaring is dat deze verkiezing een referendum was over het kabinet Rutte. Daardoor was het eigenlijk een landelijke verkiezing.

Maar waarom was er geen landelijk opkomst-effect bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart vorig jaar? Vlak voor deze lokale verkiezingen viel immers het kabinet Balkenende-IV over voortzetting van de missie in Afghanistan. Lokale politici klaagden bij voorbaat al steen en been dat nationale politieke kopstukken en issues zouden gaan overheersen. Daardoor zouden lokale partijen in de verdrukking komen. Maar niets van dat al. De opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen was lager dan vier jaar daarvoor en de lokale partijen kregen – bij elkaar opgeteld – de meeste zetels.

Het is maar de vraag of men in de provincie wel blij is met de hogere opkomst door het landelijke effect. Vooral veel CDA-bestuurders zullen pissig zijn dat ze de rekening gepresenteerd kregen van de landelijke impopulariteit van de partij. Veel kiezers hebben hun stem uitgebracht zonder ook maar de geringste kennis van de provinciale politiek.

Uit onderzoek van Synovate bleek dat kiezers niks hebben met provinciale politiek en maar weinig burgers kunnen een gedeputeerde noemen. Zelfs de commissaris van de Koningin is voor de meeste burgers een grote onbekende. Alleen in Friesland en Zeeland geniet de provinciale politieke top nog enige bekendheid. En in die twee provincies winnen regionale partijen ook de meeste zetels.

Op hun beurt zullen lokale politici niet blij zijn dat in maart veel kiezers thuis bleven, maar verheugd dat diegenen die wel kwamen opdagen veelal de gemeentepolitiek lieten meewegen in hun partijkeuze.

Het laat zien dat de volgorde van verkiezingen een grote invloed heeft op de uitslag. Omdat landelijke effecten bij lokale en provinciale verkiezingen niet zijn te voorkomen, is het wellicht eerlijker om – net als in Zweden – alle niet-nationale verkiezingen op één dag te houden. Dan worden de veelal onbekende politici in stad en provincie tenminste in dezelfde mate benadeeld of bevoordeeld.

Column: Partij van de Thuisblijvers

Steeds meer Nederlanders blijven thuis bij verkiezingen. Onze labbekakkerigheid steekt schril af bij de heldhaftige roep om meer democratie in Noord-Afrika en het Midden Oosten. Op een paar uur vliegen van hier wagen mensen hun leven om eerlijke verkiezingen af te dwingen. Maar in Nederland komt een groot deel gewoonweg niet opdagen.

Bij gemeenteraadsverkiezingen is de opkomst tot 54 procent gedaald en bij Provinciale Statenverkiezingen in 2007 kwam maar 46 procent stemmen. Bij Europese verkiezingen blijft zelfs tweederde van de kiezers thuis en waterschapsverkiezingen laat driekwart van de burgers aan zich voorbijgaan.

Wie zijn die vier miljoen Nederlanders die bij de Tweede Kamerverkiezingen nog wel opkomen, maar bij andere verkiezingen vaak thuisblijven? En waarom zijn ze te beroerd om een paar honderd meter te lopen naar het stemhokje? Verkiezingsonderzoek gaat meestal over de partijkeuze van burgers, maar van de ‘partij’ met de meeste aanhang – die van de niet-stemmers – weten we bijna niks.

Paul Dekker van het SCP sprak met niet-stemmers en ontdekte drie groepen. De eerste groep betreft cynische en afgehaakte burgers met over het algemeen een lagere opleiding en inkomen en minder sociale contacten.
Een tweede groep bestaat uit ongeïnteresseerde, vaak jongere burgers die de politiek maar saai vinden. Ze hebben wel wat beters te doen de ‘polletiek’.
Alleen de derde groep heeft inhoudelijke, vaak principiële argumenten waarom men niet gaat stemmen. De meeste thuisblijvers verzinnen echter allerlei idiote excuses om hun gedrag achteraf goed te praten.

Een lichtpuntje is dat veel van de thuisblijvers nog wel een knagend burgerschapsgevoel hebben. Ze weten dat ze fout zitten! Politieke partijen moeten in hun campagnes meer inspelen op dat knagende schuldgevoel. Als partijen daarin falen, zal niet de PVV, maar de Partij voor de Thuisblijvers deze Provinciale Statenverkiezingen opnieuw gaan winnen.

Column: Stemmingmakerij

De stemming slaat om in Egypte. Nu de broodprijzen de pan uitrijzen en voedsel steeds schaarser wordt, verliezen de protesterenden op het Tahrirplein snel aan sympathie. Het lukt Mubarak steeds beter de schuld van de economische schaarste in hun schoenen te schuiven.

Het is een bijna universele politieke wet. Hier zien we hoe de ‘bread and butter’-politiek en de strijd om meer abstracte ‘goederen’ als vrijheid haaks op elkaar staan.
Net als Tunesiërs en Egyptenaren zien burgers in veel landen met een niet-democratisch bewind het nut wel in van een strijd voor meer politieke en burgerlijke vrijheden. Velen zijn bereid daarvoor de straat op te gaan en te demonstreren. Maar als de strijd te lang duurt en de economische schade te groot wordt, haken ook velen weer af. Het persoonlijke economische offer is dan simpelweg te groot.
Een politiek doel is makkelijker te verdedigen als je het kunt verbinden met de directe sociaaleconomische leefomstandigheden van mensen. En de geloofwaardigheid van politiek handelen is in gevaar als mensen geen directe relatie kunnen leggen met hun dagelijks bestaan.
Hier ligt een rechtstreekse link naar de desastreus lage opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van vorig jaar. En het werpt een schaduw over de komende Provinciale Statenverkiezingen. Wanneer regionale politici niet in staat zijn burgers duidelijk te maken wat de provincie betekent voor hun dagelijks leven, voor hun baan en hun inkomen, zullen velen thuisblijven.
Het is daarom gunstig voor de opkomst dat premier Rutte en andere kabinetsleden er een ‘nationale verkiezing’ van hebben gemaakt. Omdat de leden van Provinciale Staten ook de Senatoren kiezen, gaan de komende Statenverkiezingen vooral over het voortbestaan van dit kabinet. En dus over de aangekondigde bezuinigingen. En dus over uw portemonnee!
Diegenen die willen dat dit kabinet slaagt moeten op PVV, CDA of VVD stemmen, zei Rutte. Diegenen die dit kabinet pootje willen lichten, moeten op de oppositiepartijen stemmen. Probeer daar maar eens als regionaal bestuurder met milieuvraagstukken, natuurbeheer of structuurvisies tussen te komen. Dat is voor veel burgers te abstract. Die willen weten wat de uitslag van een politieke strijd betekent voor hun hypotheek, baan en inkomen.

Column: Politici-cops

Er is heel wat discussie over de ‘animal cops’ van de PVV. In plaats van dierenwelzijn kan aandacht beter uitgaan naar welzijn en veiligheid van lokale politici. Er zijn al vele incidenten met raadsleden en wethouders die in elkaar worden geslagen. De burgemeester van Helmond moest zelfs onderduiken na bedreigingen. Volgens het Openbaar Ministerie neemt het aantal bedreigingen niet toe, maar uit onderzoek van Trouw blijkt dat drie op de tien raadsleden wel eens bedreigd wordt. Veelal betreft dit intimiderende e-mails van jonge mannen die hun dreigementen niet uitvoeren.

Maar het zijn niet alleen baldadige pubers die politici belagen. Wat vooral zorgen baart, is dat de georganiseerde misdaad poogt via intimidatie en bedreigingen het beleid van gemeenten te beïnvloeden.

Een deel van de meer serieuze bedreigingen aan het adres van politici komt uit de wereld van de illegale drugsproducenten. Het is een van de onbesproken gevolgen van ons hypocriete drugsbeleid. We hebben de ‘voordeur’ van de coffeeshops gereguleerd, zodat we de verkoop van soft- en harddrugs zo veel mogelijk scheiden. Dat is een zeer succesvol beleid en is in vele steden in de wereld overgenomen.

Maar de ‘achterdeur’ – de aanvoer van drugs – is geheel overgeleverd aan de onderwereld. Drugscriminelen leveren grote hoeveelheden drugs aan coffeeshops en verdienen daar kapitalen mee. Nu er in veel gemeenten een strenger drugsbeleid wordt gevoerd en coffeeshops worden gesloten of verplaatst, zijn deze inkomsten in gevaar. Dus slaan criminelen terug, want de belangen zijn groot.

In de Nederlandse drugshandel gaan miljarden om. Deze inkomsten worden witgewassen en geïnvesteerd in onder andere vastgoed. De illegale ‘onderwereld’ vermengt zich zo steeds verder met de legale ‘bovenwereld’. En politici beperken zich tot symboolpolitiek, zoals het debat over de afstand tussen scholen en coffeeshops. Maar de structurele problematiek van de steeds verder verhardende drugscriminaliteit wordt verzwegen. Politici die deze problemen wel benoemen of aanpakken, zijn hun leven niet zeker.

In plaats van ‘animal cops’ kunnen we beter meer politie inzetten om drugscriminelen op te rollen. Die vormen een veel grotere bedreiging voor onze rechtsstaat en veiligheid dan dierenmishandelaars. Politiek is harde keuzes maken!

Column: Zie vrijwillig af van wachtgeld

In Zwolle is tumult ontstaan over het wachtgeld van een VVD-wethouder die al na tien maanden opstapt. Hij heeft nog weinig tot stand gebracht en vertrekt uit eigen beweging omdat zijn ‘bestuursstijl’ niet werkt in Zwolle. Ook wil zijn gezin er niet wonen.

Heeft een wethouder die zelf opstapt – zonder duidelijk politieke reden – recht op een wachtgelduitkering? Formeel natuurlijk wel. Dit recht op wachtgeld is ingevoerd met het zeer valide argument dat mensen die de politiek ingaan vanuit een succesvolle carrière elders, een groot risico nemen. Je politieke leven is immers nooit zeker en de raad kan je elke dag naar huis sturen.

Om dus goed gekwalificeerde bestuurders te kunnen aantrekken, moet je ze een zekere inkomensgarantie geven. Als deze garantie wegvalt, is het onwaarschijnlijk dat mensen met een succesvolle carrière in een ander beroep de overstap naar de risicovolle politiek maken. Maar hoeveel wethouders hadden eigenlijk een succesvolle carrière met een hoger salaris en een hoge inkomenszekerheid voor ze de politiek in gingen? Helaas is van de beroepsmatige achtergrond van wethouders weinig tot niets bekend.

Dan blijft de vraag natuurlijk of een wethouder die uit eigen beweging opstapt, ook recht heeft op wachtgeld. Moet hij of zij niet gewoon zelf de consequentie van dat besluit dragen? Het is immers onrechtvaardig om politici anders te behandelen dan gewone burgers die zelf ontslag nemen. Voor iedere gewone werknemer geldt de regel dat zelf ontslag nemen leidt tot verlies aan WW-rechten.

Toch is er een goede reden om het recht op wachtgeld te behouden, ook voor wethouders die zelf opstappen. Een wethouder moet principieel en integer kunnen handelen, zonder ‘last en ruggespraak’. Wanneer een wethouder voor een besluit komt te staan dat niet verenigbaar is met de eigen moraal of principes, dan moet deze wethouder kunnen opstappen zonder financieel aan de grond te geraken. Een wethouder moet niet uit financiële overwegingen worden gedwongen tegen de eigen principes in te blijven plakken aan het pluche.

Natuurlijk moet de Zwolse VVD-wethouder vrijwillig afstand doen van zijn recht op wachtgeld. Dat lijkt me het best passen bij zijn liberale inborst. Misschien kan de Zwolse raad hem nog drie maanden respijt geven om zich te oriënteren op de arbeidsmarkt, maar dan wel met een wekelijkse sollicitatieplicht.